Pride 2026 Amsterdam Regenboog over de Lindengracht

Geplaatst door: robtstvlover op 14-08-26

Het was al weken van tevoren duidelijk dat de Pride 2026 in Amsterdam extra waakzaamheid vroeg. De berichten over homofobie, intimidatie en incidentele aanslagen met slechte afloop op festivals en optochten in Europa lagen vers in het geheugen. In sommige steden waren er steekpartijen geweest, in andere steden massa’s die met flessen en stenen gooiden naar boten of podia. Voor cisgender homo’s was het al spannend genoeg; voor transgender vrouwen was de dreiging vaak nog voelbaarder.

Mensen die de transitie achter de rug hadden of er middenin zaten, liepen een verhoogd risico op verbale agressie, ongewenste aanrakingen of erger. Daarom werd ik benaderd. Niet als politieman in uniform, niet als betaalde beveiliger, maar als iemand die de meiden al jaren kende uit de transitiecoaching, als iemand die ze vertrouwden en die tegelijkertijd een rustige, stevige aanwezigheid uitstraalde die agressie meestal op afstand hield. Stephen, een goede vriend en eveneens bekend met de groep uit eerdere bijeenkomsten en coachingstrajecten, zou me bijstaan. Samen zouden we vijf bevriende tgirls begeleiden tijdens de boot-Pride door de grachten: Esther, Emma, Josh, Patty en Joan.

Esther was zesentwintig, blond, een meter vijfenzestig, atletisch gebouwd met stevige schouders van years pilates, hardlopen en krachttraining. Haar gezicht had iets fris en open, blauwe ogen die snel lachten maar net zo snel serieus konden worden als het over veiligheid ging. Emma was eenendertig, donkerblond, een meter achtenzeventig, slank en elegant, met een manier van bewegen die altijd een beetje koninklijk leek, alsof ze zich bewust was van elke centimeter van haar lichaam. Josh was drieëndertig, blond, Engels, ook een meter achtenzeventig en slank, met een droge humor die altijd net op het randje zat en een accent dat in gemengde gezelschappen meteen opviel. Patty was negenentwintig, eveneens Engels, een meter zevenenzeventig, atletisch en met een lach die een hele kamer kon vullen; ze had een directe, warme energie die mensen snel op hun gemak stelde. Joan was de oudste van het gezelschap, zesenveertig, een meter eenentachtig, slank en atletisch, met diezelfde lange lijnen die ik al kende sinds 2001, toen ze voor het eerst bij mij aanklopte omdat ze in transitie wilde. Toen was ze begin twintig, een jonge vrouw die worstelde met de vraag hoe ze verder moest, en nu was ze een volwassen vrouw met een geschiedenis die we samen hadden doorstaan: de hormonen, de operaties, de familie die afhaakte, de nieuwe familie die bleef, de momenten van twijfel en de momenten van pure trots.

 

Ze verbleven allemaal in het Hilton bij Schiphol. De shuttlebus stond vroeg klaar. Om half zeven al reden ze richting het centrum. Stephen en ik stonden om zeven uur precies op het afgesproken ontmoetingspunt tegenover Centraal Station. De ochtendlucht was nog fris, de stad half in slaap, alleen de eerste schoonmakers, vroege forenzen en een paar mensen met regenboogspeldjes op hun jas bewogen door de straten. De geur van vers brood uit een bakkerij verderop mengde zich met de geur van de gracht en de lichte uitlaatgassen van de eerste bussen. Toen de shuttle aankwam en de deuren opengingen, stroomden ze naar buiten in jurkjes, lichte jasjes en – ja – hakken. Esther als eerste, haar blonde haar netjes achterover, een korte zomerjurk in zachte pasteltinten die haar atletische benen liet zien en haar houding recht en zelfverzekerd maakte. Emma erachter, donkerblond haar in een losse knot, een soepele jurk in diepblauw die haar slanke silhouet volgde en bij elke stap licht heen en weer bewoog. Josh en Patty, de twee Engelse, lachend en pratend in een mengeling van Engels en Nederlands, Josh in een lichte jumpsuit die haar lengte accentueerde, Patty in een korte jurk met sportieve details. Joan als laatste, langer dan de rest, haar houding recht, haar blik meteen de mijne zoekend, een elegante jurk in aardetinten die haar lange benen en atletische bouw perfect tot hun recht liet komen.

 

De begroeting was hartelijk, warm, alsof er geen maanden tussen de laatste keer had gezeten. Knuffels die langer duurden dan strikt nodig, handen die over ruggen streekten, kussen op wangen en mondhoeken. “Daar zijn jullie eindelijk,” zei Esther met een stem die trilde van opwinding en een beetje zenuwen. “We hebben de hele rit gepraat over hoe fijn het is dat jullie meegaan. Ik lag half wakker van de zenuwen, niet omdat ik bang was voor de Pride zelf, maar omdat ik wist dat er altijd mensen zijn die het nodig vinden om iets te zeggen of te doen.” Emma knikte, haar ogen al een beetje vochtig. “In de coaching heb je altijd gezegd dat veiligheid niet alleen fysiek is, maar ook het gevoel dat iemand je ziet en er is. Vandaag voelen we dat al, hier op straat, om zeven uur ’s ochtends.” Josh sloeg een arm om Stephens schouder en gaf hem een stevige knuffel. “En jij, big man, jij mag vandaag de stilte bewaren als iemand te dichtbij komt. Of de Engelse sarcasm inzetten, dat werkt soms ook.” Patty lachte hard en gaf me een knuffel die bijna mijn adem afsneed. “Of de grappen maken als het te spannend wordt. Ik heb al drie grappen voorbereid over hakken en blaren.” Joan bleef het langst tegen me aan staan. Haar geur was vertrouwd – iets lichts, iets warms, een vleugje van de parfum die ze al jaren droeg. “Hallo jij,” fluisterde ze tegen mijn oor. “Weer samen op pad. Ik had er zin in en tegelijk was ik nerveus. Fijn dat je er bent.”

 

We liepen in een losse groep richting Moods Coffee Corner. De tafel was gereserveerd, een grote ronde in de hoek waar we overzicht hadden over de deur en de straat. Onderweg al de eerste verhalen. Esther vertelde over de stress van de afgelopen week, hoe ze haar outfit drie keer had veranderd omdat ze zich opeens te zichtbaar voelde. “Eerst een lange jurk, toen een kortere, toen weer iets met lange mouwen, en uiteindelijk dit. Ik wil me mooi voelen, niet alsof ik me verstop.” Emma deelde een anekdote over een collega die haar per ongeluk bij haar oude naam had genoemd en daarna door de grond was gezakt van schaamte. “Ze bood zo vaak excuses aan dat ik haar moest stoppen. Het was oprecht, maar het herinnerde me er weer aan hoe kwetsbaar die momenten nog steeds zijn.” Josh had een droge opmerking over Engelse treinen versus Nederlandse en hoe ze in Londen soms harder moest vechten voor een veilig gevoel op straat. “Hier voelt het anders. Niet perfect, maar anders. Meer ruimte om te ademen.” Patty vulde aan met een verhaal over hoe ze vorig jaar op een kleiner evenement bijna was aangesproken door iemand die “gewoon even wilde checken of het echt was”. “Ik lachte het weg, maar vanbinnen trok alles samen. Vandaag wil ik dat niet. Vandaag wil ik gewoon feestvieren.” Joan liep naast me en vertelde zacht over de verjaardag van mijn dochter – haar beste vriendin – die over een paar weken zou plaatsvinden. “Ze vraagt steeds of ik kom. Natuurlijk kom ik. Ze is een van de weinigen die vanaf het begin heeft gezien wie ik was, zonder twijfel.”

 

Bij Moods werden we ontvangen alsof we vaste gasten waren. De geur van versgemalen koffie, warme croissants en vers fruit vulde de ruimte. Koffie, thee, croissants, vers fruit, yoghurt met granola, een paar warme broodjes met kaas en ham, sinaasappelsap. De sfeer was meteen licht. De meiden praatten door elkaar, lachten hard, raakten elkaars armen aan, deelden hapjes. Stephen en ik zaten ertussenin en genoten van de energie. Aan aandacht ontbrak het niet. Esther vroeg of mijn koffie goed was en schonk bij toen ze zag dat ik bijna klaar was. “Jij moet ook bij blijven vandaag. Wij leunen op jullie, dus jullie moeten sterk blijven.” Emma legde even haar hand op mijn onderarm toen ze een verhaal vertelde over een moeilijke fase in haar transitie, de maanden waarin ze dacht dat ze het niet zou redden. “Jij zat toen tegenover me in die coachingruimte en zei dat het oké was om kapot te zijn, zolang we het samen oppakten. Dat is gebleven.” Josh maakte een grap over hoe Stephen en ik “de twee bodyguards met een soft spot” waren en hoe dat de perfecte combinatie was. “Tough enough to scare the idiots, soft enough that we actually want you around.” Patty stelde voor dat we later op de dag een selfie-serie maakten “voor de geschiedenis, zodat we over tien jaar kunnen kijken en zeggen: kijk, toen voelden we ons veilig genoeg om te lachen”. Joan keek me af en toe aan over de rand van haar kopje, een blik die jaren van gedeelde geschiedenis in zich droeg. We bleven langer zitten dan gepland. Er werden foto’s gemaakt, er werd nagepraat over oude coachinggroepen, over mensen die er niet meer waren, over mensen die nu hun eigen weg gingen. Om half tien stonden we op, rekeningen betaald, tassen gecheckt, lippenstift bijgewerkt, en trokken het centrum in.

 

De stad was inmiddels ontwaakt in regenboogkleuren. Vlaggen hingen uit ramen, over bruggen, aan lantaarnpalen. Muziek klonk op afstand, een mix van beats en stemmen. Mensen in kostuums, in jurken, in bijna niets, met geschminkte gezichten, met vleugels, met borden. We liepen in een compacte formatie: Stephen links, ik rechts, de vijf meiden ertussen, dicht genoeg om contact te houden, los genoeg om te ademen. Onderweg kwamen we bekenden tegen – mensen uit de coaching, oude collega’s van de politie en de hulpverlening, mensen van eerdere edities van de Pride. De begroetingen waren hartelijk, niet alleen voor Stephen en mij, maar nadrukkelijk ook voor de meiden. Handen werden geschud, knuffels gegeven, complimenten uitgedeeld over outfits en uitstraling. “Jullie stralen,” zei een vrouw die ik al jaren kende uit het netwerk. “En fijn dat jullie niet alleen zijn. Dat maakt verschil.” Een andere bekende, een man die zelf jaren geleden in transitie was gegaan, gaf Joan een lange knuffel. “Nog steeds die houding. Trots op je.” Ik zag hoe Esther’s schouders iets zakten van opluchting, hoe Emma’s glimlach breder werd, hoe Josh en Patty in het Engels een “cheers love” terugwierpen, hoe Joan een oude bekende lang vasthield en iets fluisterde dat alleen zij hoorden.

 

Voor mij was een Pride nooit vanzelfsprekend geweest. Ik ging niet voor de parade an sich, niet alleen voor de politieke statements. Maar de gezelligheid, het ontmoeten van bekenden en onbekenden, de momenten waarop iemand gewoon even veilig kon zijn in het openbaar, de lach van Esther als ze een vlag zag die ze mooi vond, de manier waarop Emma haar arm door de mijne stak als de menigte dichter werd, de droge opmerkingen van Josh, de warme aanwezigheid van Patty, de stille blik van Joan die zei dat ze er was en dat ik er was – dat maakte alles goed. We liepen door smalle straatjes, over bruggen, langs grachten waar al boten lagen te wachten. Om ons heen muziek, geur van friet en zonnebrand en zoete cocktails, stemmen in alle talen. De meiden genoten zichtbaar. Esther danste een paar stappen op de muziek die uit een open raam kwam. Emma wees naar een vlagcombinatie die ze mooi vond en vroeg of we even stil konden staan om te kijken. Josh en Patty maakten foto’s van elkaar en van de rest, grappen makend over wie de beste pose had. Joan liep dicht bij me en zei zacht: “Dit had ik jaren geleden niet voor mogelijk gehouden. Gewoon hier lopen, met jullie, zonder constant over mijn schouder te kijken. In 2001 kon ik me dit niet eens voorstellen. Nu sta ik hier, en jij loopt naast me, en het voelt gewoon goed.”

 

Rond het middaguur begonnen de boten. Wij hadden plek op een van de gastboten, niet te groot, met genoeg ruimte om te zitten en te staan, met een klein dek waar we overzicht hadden. De tocht door de grachten was een mengeling van feest en voorzichtigheid. Muziek van de boten mengde zich met gejuich vanaf de kades. Mensen dansten, zwaaiden, riepen. Stephen en ik hielden constant overzicht: wie kwam te dichtbij, waar waren de uitgangen als er iets gebeurde, hoe reageerde de menigte, waar stonden de stewards. Op een gegeven moment zag ik langs de gracht een politieboot. Een paar ex-collega’s stonden aan de reling. Een van hen herkende me, wenkte hevig. “Kom aan boord, even!” Ik keek naar Stephen en de meiden. “Vijfenveertig minuten, max,” zei ik. “Jullie blijven bij Stephen. Geen gekke dingen.” Esther knikte serieus. “We blijven bij hem.” Emma pakte Stephens arm. “Ga maar. Wij zijn oké.”

 

Op de politieboot was het kort maar intens. Handdrukken, snelle verhalen over oude tijden, een paar serieuze zinnen over de sfeer dit jaar. “Goed dat je met die groep meeloopt,” zei een van hen terwijl we een stukje meewaren. “We hebben al een paar meldingen gehad van nare opmerkingen elders in de stad. Niets groots, maar genoeg om alert te blijven. Jullie aanwezigheid scheelt.” Een andere collega vroeg naar de meiden, of ze oké waren, of er speciale aandachtspunten waren. Ik vertelde kort over de groep, over de geschiedenis, over waarom dit belangrijk was. We dronken snel een slok water, keken uit over de menigte, en ik liet me weer afzetten bij onze eigen boot toen we een geschikt punt passeerden. De meiden juichten toen ik terugkwam. “Onze held is terug,” riep Patty. Josh gaf me een schouderduw. “Miss us already?” Esther en Emma vroegen of alles oké was bij de politie. Joan legde even haar hand in mijn nek, een kort, vertrouwd gebaar. “Fijn dat je er weer bent. We misten je.”

 

De rest van de middag en vroege avond bestond uit lopen, stilstaan, terrasjes, nog meer lopen. We zaten talloze keren neer voor een drankje en een hapje. IJskoffie, radlers, water met munt, af en toe iets sterkers voor wie dat wilde. Broodjes, bitterballen, een salade hier en daar, ijsjes als het te warm werd. De gesprekken gingen alle kanten op. Humor over de hakken – “eigen schuld, wie gaat er nou een hele Pride op stekeltjes lopen, we hadden het kunnen weten” – en tegelijkertijd de eerlijke momenten. Emma deelde hoe ze nog steeds soms nachten wakker lag van oude trauma’s, van momenten waarop ze op straat was nageroepen of erger. “Vandaag voelde dat ver weg. Jullie maken dat het ver weg voelt.” Josh praatte over familie in Engeland die nog steeds moeite had met zijn transitie, over telefoontjes die ongemakkelijk bleven. “Maar hier, met jullie, voelt het alsof ik mag zijn wie ik ben zonder uitleg.” Patty over de vrijheid die ze voelde als ze hier was, over hoe anders Amsterdam voelde dan sommige plekken in Engeland. Esther over haar angst dat het feest opeens zou omslaan, over de verhalen die ze had gelezen, en over hoe ze vandaag vooral lachte. Joan over de lange weg sinds 2001, over de mensen die waren afgehaakt en de mensen die waren gebleven, over hoe ze soms nog steeds versteld stond dat ze hier stond, lang, rechtop, in een jurk, met vrienden om zich heen. Stephen en ik luisterden, gaven af en toe een korte reactie, hielden de omgeving in de gaten, bestelden bij, zorgden dat er altijd water op tafel stond. De meiden leunden tegen ons aan, legden hoofden op schouders, grepen handen vast als de menigte te dicht werd, lachten hard om grappen die alleen wij begrepen.

 

De hakken eisten hun tol. Om de zoveel tijd moesten we rusten. Esther zette haar schoenen even uit onder een tafel en masseerde haar voeten. “Ik voel blaren aankomen. Volgende keer sneakers, zweer ik.” Patty grinnikte en tilde een voet op. “Morgen spijt hebben is voor morgen. Vandaag zijn we mooi.” We lachten, maar zorgden wel dat er altijd een bankje of stoel in de buurt was, dat er pleisters in een tas zaten, dat niemand te lang bleef doorlopen als het te veel werd. Bij een paar kleinere podia bleven we langer hangen. Concerten, dj’s, mensen die dansten op beats die door de straten galmden. De meiden gingen de dansvloer op, eerst voorzichtig, toen losser. Esther met haar atletische energie, heupen die meebewogen, armen in de lucht. Emma met haar slanke gratie, langzame, elegante bewegingen. Josh en Patty die elkaar de hand gaven en ronddraaiden, lachend, Engels en Nederlands door elkaar. Joan die langzamer bewoog maar met een glimlach die diep ging, af en toe mijn kant op kijkend om te checken of ik nog steeds keek. Stephen en ik bleven aan de rand, ogen over de menigte, af en toe een duim omhoog als een van hen onze kant op keek, soms een korte dansstap meedoen als de sfeer het toeliet, maar altijd alert.

 

Tegen tienen begonnen de gezichten te veranderen. Vermoeidheid. Esther gaapte achter haar hand. Emma leunde zwaarder tegen me aan. Josh zei in het Engels dat haar voeten “officially done” waren en dat ze het bed zag in haar gedachten. Patty knikte en wreef over haar kuiten. Joan keek me aan. “Ik denk dat we het mooi hebben gehad. Veilig, leuk, samen. Meer hoeft niet.” Vervoer regelen ging snel. Een bevriende relatie met een shuttle had beloofd beschikbaar te zijn als we hem nodig hadden. Binnen tien minuten stond de bus voor onze neus. We stapten in, de meiden half slapend tegen elkaar en tegen ons aan. Esther legde haar hoofd op Emma’s schouder. Josh leunde tegen Stephen. Patty zette haar schoenen uit en zuchtte van verlichting. Joan zat naast me, haar hand in de mijne, haar duim die langzaam over mijn huid streek. De rit terug naar het Hilton bij Schiphol was stil, alleen het zoemen van de motor, het zachte geruis van de airco, en af en toe een zacht lachje over iets wat die dag was gebeurd, een herinnering aan een grap of een mooi moment.

 

In het hotel aangekomen besloten we nog een afzakkertje te nemen op de kamer van Esther en Emma. Een grote kamer met uitzicht over de omgeving van Schiphol, een minibar, een bank, genoeg stoelen, zachte verlichting. Drankjes werden ingeschonken – wijn voor wie wilde, water, een biertje voor Stephen en mij, iets fris voor de anderen. De sfeer was moe maar warm, alsof de hele dag tot rust kwam in deze kamer. We zaten dicht bij elkaar, sommigen op de bank, anderen op stoelen die dichterbij waren getrokken. De meiden praatten nog na over de mooiste momenten: de politieboot en hoe trots ze waren dat ik even mee mocht, de spontane knuffels van onbekenden die gewoon “jullie zijn mooi” zeiden, de muziek die door de grachten galmde, de momenten waarop ze zich gewoon veilig hadden gevoeld genoeg om te dansen of hard te lachen. Stephen en ik kregen de volle laag knuffels en zoenen. Armen om onze nek, lippen op wangen, voorhoofden tegen de onze, handen die over ruggen streekten. “Dank jullie,” zei Emma met dikke stem. “Echt. Zonder jullie hadden we dit niet zo kunnen doen. Jullie maakten dat we er mochten zijn zonder constant op onze hoede te zijn.” Esther knikte fel, haar ogen glinsterend. “Jullie maken dat we er mogen zijn. Dat is meer waard dan jullie misschien beseffen.” Josh en Patty sloten zich aan, een warme kluwen van lichamen, Engelse en Nederlandse dankwoorden door elkaar. Joan bleef het langst tegen me aan zitten, haar hoofd op mijn schouder, mijn arm om haar heen, haar ademhaling die langzaam rustiger werd. Geen seks, alleen nabijheid, dankbaarheid, de stilte van mensen die een lange, intensieve dag hadden gedeeld en elkaar nog steeds vertrouwden. Er werden nog een paar foto’s gemaakt, er werd nagedronken, er werden beloftes gedaan om elkaar snel weer te zien, niet alleen op de verjaardag van mijn dochter.

 

Om één uur ’s nachts stonden we op om afscheid te nemen van de grotere groep. De meiden waren door, de oogleden zwaar, de lichamen zwaar van vermoeidheid en geluk. Josh legde haar hand op Stephens arm en keek hem aan met een open, duidelijke blik. “Blijf je bij mij vannacht? Ik wil niet alleen zijn, en ik wil jou.” Stephen keek even naar mij, een stille vraag, toen knikte hij. “Als je dat wilt. Natuurlijk.” Joan draaide zich naar mij. Haar ogen waren helder ondanks de vermoeidheid. “En jij bij mij? Ik wil je bij me. Niet alleen omdat het veilig voelt. Omdat ik jou wil.” Ik knikte. “Natuurlijk. Ik ga met je mee.”

 

We namen afscheid van de rest met nog meer knuffels, langere dit keer, met zachte kussen op wangen en mondhoeken, met handen die nog even bleven liggen. Esther en Emma bleven samen op hun kamer, al half in pyjama in hun gedachten. Josh en Stephen verdwenen de gang in, hand in hand. Joan en ik liepen naar haar kamer, een verdieping hoger. De stilte van de hotelgang was opeens luid na de drukte van de dag. De deur viel achter ons dicht en de wereld buiten bestond niet meer.

 

Joan draaide zich om, legde haar handen tegen mijn borst en keek me aan. “Ik heb de hele dag op dit moment gewacht,” zei ze zacht. “Niet alleen op de veiligheid, al was die belangrijk. Op dit. Op jou en mij, zonder de rest, zonder de menigte.” Haar kus was meteen diep, vertrouwd en hongerig tegelijk. Jaren van geschiedenis zaten erin – de coaching in 2001 toen ze voor het eerst uitsprak dat ze in transitie wilde, de moeilijke fases daarna, de operaties, de momenten waarop ze huilde in mijn kantoor of in een stil café, de overwinningen, de momenten waarop we elkaar hadden vastgehouden toen de wereld minder vriendelijk was. Ik trok haar tegen me aan, voelde haar slanke, atletische lichaam door de jurk, de lange lijnen van haar rug onder mijn handen, de zachte druk van haar borsten tegen mijn borst. We kwamen nauwelijks van de deur af. Haar handen gleden onder mijn shirt, warm op mijn huid, mijn handen vonden de rits van haar jurk en trokken die langzaam open. Stof gleed naar beneden en bleef in een hoopje op de grond liggen. Onder de jurk droeg ze weinig, alleen een dunne slip die snel volgde. Haar huid was warm van de lange dag, licht gezouten van zweet en zon en de hitte van de stad.

 

We bewogen naar het bed zonder echt te praten, alleen ademhaling en zachte geluiden. Kleren verdwenen volledig. Joan lag op haar rug, haar lange benen licht gespreid, haar lichaam dat ik al zo lang kende en toch elke keer opnieuw ontdekte: de zachte curve van haar heupen, de stevigheid van haar dijen, de volle, zachte borsten met nippels die al hard waren. Ik kuste haar hals, haar sleutelbeenderen, de zachte curve van haar borsten. Haar nippels hard onder mijn tong, ik zoog en likte, beet zacht, terwijl zij haar handen in mijn haar kronkelde en zacht kreunde. “Langzaam,” fluisterde ze. “We hebben de hele nacht. Maar ik wil je voelen.” Haar lichaam zei iets anders. Haar heupen duwden omhoog, haar ademhaling werd sneller, haar hand zocht naar mijn riem en maakte die open.

 

Ik liet mijn mond lager gaan, over haar buik, naar de zachte huid van haar dijen. Haar lul was al halfhard, glad, vertrouwd van eerdere nachten die we in de loop der jaren hadden gedeeld. Ik nam haar in mijn mond, langzaam, terwijl mijn vingers over haar balzak en verder glipten, naar de strakke opening daaronder. Joan boog haar rug, haar handen grepen de lakens. “Ja… precies zo. Jij weet precies hoe.” Ik zoog en likte, werkte haar open met speeksel en geduld, tot ze nat en willig was, tot haar ademhaling haperde en ze mijn naam fluisterde. Toen kroop ik omhoog, kuste haar opnieuw, en liet haar mijn hardheid voelen tegen haar dij. Ze greep me, wreef langzaam, en keek me aan met ogen die jaren van vertrouwen en verlangen mengden.

 

Ze draaide ons om met een kracht die bij haar atletische bouw paste. Bovenop me, haar haar dat over mijn gezicht viel, haar handen op mijn borst. Ze greep mijn lul, positioneerde zich, en liet zich langzaam zakken. Het gevoel was overweldigend: warm, strak, perfect, alsof haar lichaam me herkende. Joan begon te bewegen, eerst langzaam, dan dieper, haar handen op mijn borst, haar ogen in de mijne. “Ik heb je gemist,” ademde ze. “Niet alleen dit. Jou. De manier waarop je me ziet.”

 

We neukten alsof de tijd was teruggedraaid en tegelijk alsof dit de eerste en laatste keer was. Posities wisselden zonder haast en toch met intensiteit. Zij boven, rijdend, haar borsten die bewogen met elke beweging, mijn handen die haar heupen vasthielden of haar borsten knepen. Ik boven, diep in haar, haar lange benen over mijn schouders, haar handen in mijn rug. Zij op handen en knieën terwijl ik haar van achteren nam, mijn handen die haar borsten omvatte of haar heupen vasthielden, mijn mond op haar schouder of in haar nek. Haar lange benen wijd terwijl ik haar likte tot ze trilde en kwam, haar lul spuitend over haar buik terwijl haar kontgat om mijn vingers of mijn tong klempte. Dan weer samen, diep in haar, haar nagels in mijn rug, mijn mond op de hare om haar kreten te dempen, onze lichamen die nat werden van zweet.

 

We konden geen minuut van elkaar afblijven. Tussen de rondes door lagen we verstrikt, pratend met gebroken zinnen over de dag, over hoe trots ze was geweest op de andere meiden, over hoe fijn het was geweest om ze te zien dansen zonder angst, over vroeger, over 2001 en de jaren daarna, over hoe ze soms nog steeds niet kon geloven dat ze hier lag, veilig, gewild, geliefd. Dan weer handen die zochten, monden die vonden, lichamen die in elkaar pasten alsof ze nooit iets anders hadden gedaan. Joan kwam meerdere keren, soms stil met een diepe, trillende zucht, soms met een lange, bevrijdende klacht die ze in mijn schouder dempte. Ik vulde haar, trok terug, spoot over haar borsten, liet haar me schoonlikken met trage, genietende bewegingen, begon opnieuw als de hardheid terugkwam. De nacht werd een aaneenschakeling van huid, zweet, cum, kussen, zachte woorden en de diepe wetenschap dat dit veilig was, dat dit van ons was, dat de lange dag van zorg en aandacht hier culmineerde in iets dat alleen van ons tweeën was.

 

Ergens tegen de ochtend vielen we in een lichte slaap, haar hoofd op mijn borst, mijn arm om haar heen, onze benen verstrikt. Toen we wakker werden was het licht al helder achter de gordijnen. Joan glimlachte, slaperig en tevreden, haar vingers die langzaam over mijn borst tekenden. “Ontbijt op bed?” We bestelden via de room service: eieren, toast, fruit, yoghurt, koffie, jus. We aten halfzittend, naakt onder de lakens, haar voet tegen de mijne, af en toe een kus met kruimels ertussen, zachte lachjes over hoe we eruitzagen na de lange dag en de lange nacht. De gesprekken waren zacht. Over de dag. Over hoe trots ze was geweest op Esther, Emma, Josh en Patty. Over de verjaardag van mijn dochter die eraan kwam, en hoe ze daar zou zijn.

 

Om half elf was het tijd. We doucheden samen, langzaam, handen die nog een keer over elkaars lichamen gleden zonder tot meer te leiden, alleen nabijheid en nazorg. Aangekleed namen we afscheid van de rest in de lobby. Esther, Emma, Josh en Patty stonden al klaar, eveneens moe maar stralend, koffers bij de hand. Meer knuffels, meer dank je’s, beloftes om te appen, om snel af te spreken. Stephen keek me aan met een vermoeide maar diep tevreden grijns. Later in de auto zou hij vertellen over zijn nacht met Josh: hoe ze eerst lang hadden gepraat over de dag, over Engeland, over veiligheid, en toen de hele nacht door hadden geneukt met een intensiteit die hem nog steeds verbaasde, hoe Josh hem had laten voelen hoe fijn het was om gewoon gewild te worden zonder uitleg of voorzichtigheid, hoe ze elkaar tot uitputting toe hadden genomen en toch bleven zoeken naar meer.

 

Joan liep met me mee naar buiten tot aan de auto. Bij het afscheid stopte ze iets in mijn broekzak, een gevouwen papiertje en iets hards dat als een sleutel aanvoelde. Een laatste lange kus, haar voorhoofd tegen het mijne, haar handen in mijn nek. “Tot snel. En dank. Voor alles.”

 

In de auto, terwijl Stephen al begon te vertellen over Josh die hem half de nacht wakker had gehouden met haar mond en haar lichaam, over de manier waarop ze had gelachen en gekreund en gevraagd of hij bleef, haalde ik het papiertje tevoorschijn. De handschrift was vertrouwd.

 

Dank dat je er weer was voor mij, ik zal je erg missen maar ik weet dat we elkaar gauw weer zien op de verjaardag van je dochter mijn beste vriendin. De sleutel die ik bij deze brief heb gevoegd mag je gebruiken op elk moment dat je me wilt zien. Mi Casa Tu Casa with Love.

 

Ik vouwde het briefje dicht, voelde de sleutel in mijn handpalm, en keek naar buiten terwijl de stad en het hotel achter ons verdwenen. De Pride was voorbij. De meiden waren veilig thuisgebracht. En ergens tussen de grachten, de muziek, de hakken, de knuffels, de gesprekken, de zorg en de nacht die volgde, was opnieuw bewezen wat we al jaren wisten: dat zorg, aanwezigheid, aandacht en liefde de enige echte bescherming zijn die standhoudt, en dat sommige verbindingen, opgebouwd over decennia, alleen maar dieper worden als de wereld even stilvalt en twee mensen elkaar vasthouden.

20 keer gelezen

Score:
(van aantal stemmen: )

Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.

Wij gebruiken cookies

Deze website gebruikt cookies om basisfunctionaliteit te garanderen, het gebruik te analyseren en marketing en advertenties te personaliseren zodat deze beter aansluiten bij jouw interesses.