Ariel - Jij poseert niet maar .......... Je bent mijn muze.

Geplaatst door: robtstvlover op 18-09-26

Lieve Ariel,

Ik schrijf  dit verhaal niet om je een compliment te geven en ook niet om je naar de mond te praten. Ik schrijf het omdat ik er oprecht van overtuigd ben. Het is wat ik zie wanneer jij voor mijn camera staat en wat ik inmiddels van jou als mens, als vrouw, als vriendin en als minnares heb leren kennen. Je bent achtenzestig jaar. Je bent een transgender vrouw. Je bent fotomodel. Maar eigenlijk doen die woorden je tekort, stuk voor stuk, omdat geen van hen de volledige lading dekt van wat er gebeurt wanneer jij een ruimte binnenkomt en het licht je vindt.

Jij poseert niet, Ariel. Jij bént het beeld.

Zodra jij voor mijn camera staat, gebeurt er iets dat ik bij bijna niemand anders heb gezien. Je houding, je gezichtsuitdrukking, de manier waarop je beweegt en vooral de energie die je uitstraalt, vormen bijna vanzelf een beeld. Ik hoef jou nauwelijks te vertellen hoe je moet staan, kijken of bewegen. Jij voelt je lichaam, de ruimte en het moment. Daardoor krijg ik bij jou niet het gevoel dat ik naar ingestudeerde poses kijk. Wat ik zie is natuurlijk, krachtig en geloofwaardig. Het komt vanuit jouzelf.

Wat jou voor mij werkelijk bijzonder maakt, is de vrijheid waarmee jij je lichamelijk kunt uiten. Je durft jezelf te laten zien. Je straalt daarbij geen schaamte uit en ik zie nauwelijks terughoudendheid. Je probeert niet iemand anders te spelen en je hoeft jezelf niet achter een houding te verbergen. Wat ik door mijn camera zie, ben jij. Daar zit voor mij jouw enorme kracht.

Jouw uitstraling kan ik soms alleen maar omschrijven als een explosie van energie, kracht, overtuiging en levenslust. Je kunt uitgesproken zijn, speels, uitdagend, sexy, kwetsbaar of juist heel ingetogen. Maar welke kant je ook laat zien, ik geloof het. Je lichaamstaal vertelt vaak al een verhaal voordat ik de ontspanknop van mijn camera heb ingedrukt.

En Ariel, jouw leeftijd doet daar voor mij absoluut niets aan af. Integendeel. Ik vind juist dat jij op je achtenzestigste iets laat zien waar veel mensen, ook mensen die tientallen jaren jonger zijn, moeite mee hebben: jezelf durven zijn en je lichaam niet voortdurend beoordelen vanuit de verwachtingen van anderen. Vrouwelijkheid, sensualiteit, creativiteit, uitstraling en zelfvertrouwen hebben voor mij geen leeftijdsgrens. Een lichaam hoeft voor mij als fotograaf niet jong of volgens maatschappelijke maatstaven perfect te zijn. Een lichaam moet iets kunnen vertellen. Een gezicht moet iets kunnen vertellen. Ogen moeten iets kunnen vertellen. En jij vertelt.

 

Dat jij transgender bent, is vanzelfsprekend onderdeel van jouw levensverhaal en van de vrouw die je geworden bent. Het bepaalt voor mij niet jouw waarde als model en het bepaalt evenmin wat ik voel wanneer ik je aanraak. Wanneer ik door mijn zoeker naar jou kijk, zie ik bovenal een vrouw met levenservaring, karakter, kwetsbaarheid, lef, vrouwelijkheid en een enorme hoeveelheid energie. Ik zie borsten die door jaren hormonen hun eigen zachte, volle vorm hebben gekregen. Ik zie een hals met lijnen die ik wil kussen. Ik zie handen die weten wat ze doen. En wanneer de laatste stof valt, zie ik ook je lul, warm en levend tegen je dij, geen geheim en geen vergissing, maar een deel van hetzelfde lichaam dat ik fotografeer en dat ik begeer.

Onze samenwerking heeft zich ontwikkeld tot iets waarin we elkaar creatief durven uit te dagen. Ons spel, onze weddenschappen en de prijs die daar soms tegenover staat, horen daar inmiddels gewoon bij. En ja, van de vijf weddenschappen heb ik er vier verloren. Dat zegt misschien ook iets over jouw vermogen om mij telkens weer te verrassen. Soms zijn onze ideeën spannend, sexy of erotisch. Soms komen ze voort uit fantasieën waarover we open met elkaar kunnen praten. Voor mij is het belangrijkste daarbij altijd dat we elkaar vertrouwen en dat we beiden bewust bepalen waar onze grenzen liggen.

Juist die openheid maakt onze samenwerking bijzonder. We kunnen lachen, uitdagen, fantaseren, experimenteren en soms behoorlijk buiten de gebruikelijke kaders denken, terwijl respect voor elkaar overeind blijft. Sommige ervaringen die we samen hebben gehad, zijn me daarom bijgebleven. Niet alleen vanwege de spanning of het bijzondere karakter ervan, maar vooral vanwege jouw onbevangenheid. Een streetshoot, een onverwacht moment onderweg of een idee dat tijdens een gesprek ontstaat en uiteindelijk werkelijkheid wordt: jij kunt daar volledig in aanwezig zijn.

 

Daar ontstaat voor mij creativiteit. Niet omdat iets per se gewaagd moet zijn, maar omdat jij bereid bent jezelf werkelijk te laten zien. Als fotograaf hoef ik jou daarom niet in een vorm te duwen. Mijn taak is juist om naar je te kijken, je te volgen en alert te zijn op dat ene moment waarop jouw blik, houding, beweging, licht en emotie samenvallen. En soms ben jij alweer met het volgende bezig terwijl ik nog denk: verdorie, dát had ik moeten vastleggen. Dat is voor mij kenmerkend voor jou.

 

Jij geeft mij voortdurend beelden zonder dat je bewust een serie aangeleerde poses staat af te werken. Je persoonlijkheid beweegt mee met je lichaam. Daardoor fotografeer ik bij jou niet alleen een uiterlijk. Ik fotografeer Ariel. En intussen, bijna zonder dat we het ooit hardop een relatie hebben genoemd, fotografeer ik ook de vrouw die ik in bed ken, de vrouw die mijn naam zegt wanneer ze klaarkomt, de vrouw die mijn haar vastpakt wanneer mijn mond om haar lul sluit, de vrouw die haar kont opent voor mij omdat ze het wil en niet omdat het van haar verwacht wordt.

 

Achter de vrouw die ik zo graag fotografeer, staat iemand die mij dierbaar is geworden. Jij bent voor mij niet alleen Ariel het model. Je bent mijn lieve vriendin. Dat betekent voor mij veel. Het vertrouwen dat tussen ons is ontstaan, zorgt ervoor dat we vrij kunnen zijn in onze creativiteit. Dat we elkaar kunnen uitdagen, maar ook kunnen zeggen wanneer iets niet goed voelt. Dat we serieus kunnen zijn en vijf minuten later verschrikkelijk kunnen lachen. Dat persoonlijke vertrouwen zie ik uiteindelijk ook terug in onze foto’s, en ik voel het in hoe je benen opengaan wanneer ik tussen hen kniel.

 

Wanneer ik jou fotografeer, heb ik daarom geen behoefte om je jonger, mooier of anders te maken dan je bent. Ik wil juist vastleggen wat er daadwerkelijk voor mijn camera staat. Jou. Ariel. Achtenzestig jaar. Een transgender vrouw met een geschiedenis. Een vrouw die haar eigen weg heeft afgelegd. Krachtig. Vrij. Expressief. Zelfbewust. Vrouwelijk. Creatief. Sensueel. Eigenzinnig. En bovenal: levend.

Ik wil dat je één ding werkelijk van mij aanneemt: alles wat ik hier schrijf, meen ik. Het is geen beleefd compliment. Het is mijn overtuiging. Wanneer jij voor mijn camera staat, hoef jij niet te vragen of je gezien mag worden. Je aanwezigheid zorgt ervoor dat je gezien wórdt. En misschien is dat uiteindelijk de beste manier waarop ik kan uitleggen waarom ik jou zo graag fotografeer, en waarom ik je zo graag neuk, kus, lik en vasthoud: Ariel, jij poseert niet voor mijn camera. Jij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is om vast te leggen. En achter die camera staat niet alleen jouw fotograaf. Daar staat ook een vriend die ontzettend veel waardering heeft voor de vrouw die jij bent, en een minnaar die haar lichaam kent tot in de kleinste rilling.

 

De middag waarop het kantelde, begon zoals zoveel van onze sessies. Het was laat in de winter, het licht was laag en schoon, en de studio rook naar koffie, warme lampen en jouw parfum. Jij kwam binnen met die donkerrode zijden jurk onder je jas, de jurk die bij elke stap tegen je dijen kleeft alsof de stof zelf verliefd op je is. Je kuste me op de mond, kort, als groet, en ik proefde lippenstift en koud buiten. Je deed je jas uit, hing hem over de stoel, en draaide je een keer om voor het raam alsof je het licht inspecteerde.

 

“Gewoon beginnen,” zei je. “Niet te veel praten.”

 

Ik begon. De eerste twintig minuten waren puur beeld. Jij met je gezicht naar het raam, één hand in je haar, de andere langs je hals. Jij op de stoel, benen over elkaar, jurk die opschoof tot het begin van je dij. Jij staand, gewicht op één been, de stof die zich tussen je benen spande. Ik hoorde mijn eigen sluitertijd als een tweede hartslag. Jij sloot even je ogen, ademde in tot in je buik, en toen je ze opendeed was er die blik die ik inmiddels herken als de jouwe: aanwezig, nieuwsgierig, een beetje speels en tegelijkertijd diep geaard.

 

Ik zei bijna niets. Ik hoefde niets te zeggen. Jij voelde wanneer het licht beter werd, wanneer een schouder omhoog moest, wanneer een kin een millimeter naar links wilde. Het is geen techniek die je hebt geleerd uit een boek over poseren. Het is hoe jij in een kamer staat. Alsof je lichaam een instrument is dat je volkomen beheerst, ook nu je achtenzestig bent, ook nu je huid zachter is, ook nu er lijnen in je hals staan die ik mooier vind dan gladheid.

 

Toen, zonder dat ik het vroeg, liet je de bandjes van je jurk van je schouders glijden.

 

De stof zakte tot over je borsten. Jouw borsten zijn vol, zacht, met tepels die donkerder zijn geworden door de jaren en door hormonen, en die nu hard werden in de koele lucht. Je keek me aan terwijl je het deed. Niet uitdagend in de goedkope zin. Uitdagend in de zin van: kijk dan. Dit ben ik. Dit is het lichaam dat ik heb gemaakt, bewoond, verdedigd en nu aan jou laat zien.

 

Ik fotografeerde nog drie frames. Toen zette ik de camera neer.

 

Dat is het moment waarop fotografie stopt en iets anders begint. Iets dat we allebei al langer voelden maar waar we tot die middag nog een speelse afstand omheen hadden gehouden. De weddenschappen, de fles wijn, Truth or Dare, de gesprekken over fantasieën — het was allemaal voorbereiding geweest. Nu stond je daar, jurk tot je middel, ademhaling zichtbaar in je buik, en ik liep naar je toe.

 

Mijn handen vonden je taille. Jouw huid is warm, iets losser dan in een tijdschrift, met de zachte plooien van een lichaam dat geleefd heeft. Ik kuste je hals, precies op die plek waar je parfum altijd blijft hangen, iets kruidigs en bloemigs tegelijk. Je zuchtte, een laag geluid, en je handen gingen in mijn haar. Niet voorzichtig. Stevig.

 

“Ik wil je,” zei je. Simpel. Zonder versiering.

 

Ik duwde de jurk verder naar beneden tot hij op de vloer lag. Je stond in hoge hakken, geen slip, je lul half hard tegen je dij, de eikel al donkerder, een glans van vocht aan de tip. Je schaamde je nergens voor. Je zette één hak opzij, rustte een hand in je zij, en wachtte terwijl ik keek. Ik keek lang. Ik wilde dat je dat voelde: dat kijken naar jou geen beoordeling is maar een vorm van aanraking.

 

Mijn mond vond eerst je hals, dan je sleutelbeen, dan je borst. Ik nam een tepel tussen mijn lippen, zoog zacht, liet mijn tong eromheen draaien. Jij boog je achterover, steunde met één hand op de tafel achter je, en duwde je borst verder tegen mijn gezicht. Je andere hand ging naar beneden, vond de rits van mijn broek, opende die zonder haast maar ook zonder aarzeling.

 

Je hand om mijn lul was droog en warm en zeker. Je wreef langzaam, van basis tot top, duim over de eikel, precies wetend hoeveel druk ik nodig heb. Ik beet zacht in je schouder. Jij lachte, dat lage, hese lachen van je.

 

“Niet te snel,” fluisterde je. “Ik wil voelen hoe je naar me kijkt terwijl je me pijpt. En daarna terwijl je me neukt.”

 

Ik ging op mijn knieën. Voor je. Mijn gezicht ter hoogte van je kruis. De studio was stil op het zoemen van een lamp na. Buiten schuurde een tram over de rails. Ik kuste de binnenkant van je dij, de zachte huid daar, een beetje losser, een beetje gevlekt, oneindig levend. Ik kuste hoger. Mijn neus tegen je balzak. De geur van je huid, van zeep, van opwinding. Toen likte ik van de basis van je lul helemaal omhoog, platte tong, tot over de eikel, en ik nam je in mijn mond.

 

Eerst alleen de kop. Zuigend, tong eromheen, de gleuf zoekend. Jij legde een hand in mijn haar, niet duwend, alleen aanwezig. Ik ging dieper, slobberend, speeksel dat langs je schacht liep, mijn hand om de basis, masserend, mijn andere hand op je bil. Je was niet enorm, niet klein, precies jij: warm, geaderd, de huid zijdezacht over de hardheid eronder. Ik zoog langzamer, dan sneller, dan weer langzaam, en ik keek omhoog.

 

Dat omhoogkijken is voor mij het hele punt. Ik wil jouw gezicht zien terwijl ik je pijp. Ik wil de rimpels bij je ogen, de open mond, de manier waarop je je onderlip tussen je tanden neemt wanneer het te veel wordt. Jij keek terug. Achtenzestig. Transgender. Vrouw. En je liet me niet wegkijken van wat je tussen je benen hebt. Je duwde het naar voren, dieper in mijn keel, en fluisterde: “Zo. Precies zo. Dat is van mij. En jij mag het hebben.”

 

Ik pijpte je tot je adem hapte en je heupen een klein, circulair ritme kregen, hetzelfde ritme dat je gebruikt wanneer je voor de camera staat en doet alsof je alleen maar “een beetje beweegt.” Nu was het echt. Ik voelde je pulseren op mijn tong. Ik liet je niet komen. Ik trok me terug, een draad speeksel tussen mijn onderlip en jouw eikel, en kuste de tip alsof ik sorry zei.

 

Je trok me omhoog. Je kuste me, diep, en je proefde jezelf in mijn mond. Je ging zelf door je knieën, elegant zelfs daarin, hakken nog aan, en nam míjn lul tussen je lippen. Je keek omhoog terwijl je het deed. Nat, langzaam, tot ik tegen je keel aan stootte en jij niet wegtrok. Je handen om mijn billen. Je liet me even neuken in je mond, precies zo lang als jij toestond, speeksel op je kin, lipstick een beetje uitgelopen. Toen stond je op.

“Tafel,” zei je.

Ik draaide je om, naar de grote tafel waar normaal de reflectiescreens staan. Je leunde voorover, billen naar me toe, rug hol, je lul hangend tussen je benen, zwaar en nat van mijn speeksel. Ik spreidde je. Likte je van achteren: over je balzak, omhoog over je perineum, naar je anus. Jij duwde je rug nog holler. Een zacht “ja” tegen het hout. Ik natte je met speeksel, duwde een vinger naar binnen, toen twee, zoekend, wijdend. Je was warm en strak. Ik kuste je bil terwijl mijn vingers in je bewogen, langzaam, tot je tegen mijn hand duwde.

 

Toen ging ik in je.

Langzaam. Centimeter voor centimeter, tot mijn buik tegen je billen lag. Jij haalde diep adem en liet hem weer los. “Blijf,” fluisterde je. Ik bleef. Voelde je om me heen knijpen, wennen, opengaan. Mijn handen om je heupen. Mijn voorhoofd even tegen je rug. De geur van je haar. De warmte van je kont om mijn lul.

Toen begon ik te bewegen. Eerst langzaam, diepe stoßen, helemaal eruit tot alleen de eikel nog in je was, dan weer tot de basis. Jouw nagels in het tafelblad. Het geluid van huid op huid vulde de studio. Buiten reed opnieuw een tram voorbij. Niemand die het hoorde.

“Harder,” zei je. Niet smekend. Bevelend, op die manier die alleen jij hebt: vriendelijk en onontkoombaar tegelijk.

Ik neukte je harder. De tafel schoof een paar centimeter over de vloer. Jouw borsten plat tegen het blad. Ik boog over je heen, beet in je schouder, en pakte je lul van achteren vast. Ik wreef in hetzelfde ritme als mijn stoßen. Je kreunde, laag, en ik voelde je in mijn vuist dikker worden.

“Kijk naar me,” zei ik.

Je draaide je hoofd. Lippen open, ogen donker. Ik bleef je kont neuken en je lul aftrekken en je aankijken. “Jij poseert niet,” zei ik. “Jij geeft. Jouw kont geeft. Jouw lul geeft. Jouw gezicht geeft. Ik fotografeer een vrouw. Ik neuk een vrouw. Een transgender vrouw van achtenzestig die precies weet wat ze doet.”

Je kwam de eerste keer zo. Je hele lichaam trok samen, je anus kneep ritmisch om mijn lul, en je spoot over de tafelrand, over mijn hand, in lange stoten. Het zicht daarvan raakte me harder dan welke pose dan ook. Ik hield het niet meer. Ik kwam diep in je, met een geluid dat ik zelf bijna niet herkende, pulserend, lang, terwijl jij mijn naam zei tegen het hout.

Daarna lagen we een tijd op de bank, zwetend, de jurk ergens op de grond, mijn broek half aan. Jij streek met je vingers door mijn haar. Buiten werd het blauwer.

“Zie je,” zei je zacht. “Ik poseer niet.”

Nee. Dat doe je niet.

Ik likte mijn vingers schoon, jouw zaad, en jij lachte omdat ik het zonder schaamte deed. “Nog een keer,” zei je na een tijd. “Maar nu wil ik jou voelen terwijl ik bovenop zit. Ik wil dat je naar mijn borsten kijkt. En naar mijn lul. Tegelijk. Alsof je een foto maakt die je nooit mag publiceren.”

 

Ik ging liggen. Jij kwam over me heen, hakken nu uit, knieën naast mijn heupen. Je pakte mijn lul, die weer hard werd zodra je hem vasthield, en je liet je zakken, langzaam, je kont die me opnieuw innam. Het was dieper zo, zwaarder. Je handen op mijn borst. Je begon te bewegen, circulair eerst, dan op en neer. Je eigen lul stond tussen ons in, tikte tegen mijn buik, liet een spoor vocht achter. Ik hield je heupen vast en keek.

 

Ik keek naar je gezicht vol lijnen en leven. Naar je hals. Naar hoe je borsten bewogen. Naar de zachte huid van je buik. Naar de plek waar we verbonden waren. Naar jouw lul die met elke beweging tussen onze lichamen gleed. Jij kwam zo, zittend op me, met kleine, gecontroleerde bewegingen die steeds onregelmatiger werden tot je trilde en opnieuw over mijn buik spoot. Ik kwam in je terwijl je nog kneep, beide handen in je zij, omhoogduwend alsof ik je wilde vasthouden in dat moment.

 

We bleven zitten tot het ongemakkelijk werd. Toen lachten we, die gekke, bevrijde lach die we altijd hebben na iets dat nét over de rand is. Jij veegde mijn buik schoon met de binnenkant van je pols, kuste de plek, en zei: “Dat bewaar je. Niet op een geheugenkaart. Hier.” Ze tikte tegen mijn voorhoofd.

 

De dagen erna fotografeerde ik je alsof er niets was veranderd, en alles was veranderd. Je kwam in een zwart pak, in een witte blouse die te open stond, in een badjas, in alleen maar oorbellen. Ik maakte beelden van je handen, van je mond, van de plek in je hals waar ik de dag ervoor had gebeten. Tussen de shots door kuste ik je. Soms ging je op de kruk zitten, spreidde je benen en duwde mijn hoofd naar beneden zonder een woord. Ik pijpte je tussen twee belichtingen door, slordig, snel, tot je in mijn mond kwam en ik doorslikte terwijl de lampen nog warm waren. Daarna veegde je mijn lippen af met je duim en zei: “Volgende set. Alsof er niets is.”

Er was wél iets.

De avond van de wijn begon bij jou thuis. Donkere bank, lage lamp, een fles die we niet zouden leegdrinken omdat we allebei wisten dat de wijn een voorwendsel was. Jij droeg alleen een oversized overhemd van mij, knoopjes half open, niets eronder. Wanneer je je benen optrok, zag ik je lul liggen, zacht eerst, toen langzaam voller naarmate het gesprek vuiler werd.

 

Truth or Dare. Jij begon.

“Truth,” zei ik.

“Wat wil je vanavond met me doen dat we nog nooit hebben gedaan?”

Ik keek je lang aan. “Ik wil je mond neuken tot je speeksel op je borsten loopt. Ik wil daarna je kont neuken terwijl je uit het raam kijkt. En ik wil hardop zeggen wat je bent terwijl ik het doe. Niet als belediging. Als iets dat ik mooi vind.”

Jij glimlachte. “Dare geaccepteerd. Maar jij eerst. Dare.”

Je dare voor mij was dat ik mijn kleren uitdeed en voor je bleef staan terwijl jij alleen keek, vijf minuten lang, zonder aanraken. Het was erger dan seks. Jouw blik over mijn borst, mijn buik, mijn lul die vanzelf hard werd onder dat kijken. Jij zei niets. Alleen aan het eind: “Zo kijk ik ook naar je wanneer jij denkt dat je alleen aan het fotograferen bent.”

Toen was het mijn beurt om te nemen wat ik had gevraagd.

Ik zette je op je knieën op het tapijt. Je mond open, handen op je bovenbenen, overhemd open zodat je borsten vrij waren. Ik schoof mijn lul tussen je lippen. Langzaam eerst, toen dieper, tot je ogen waterig werden en speeksel langs je kin naar je borsten liep. Je keek omhoog. Vrouw. Achtenzestig. Lipstick. Mijn lul tussen je lippen. Je gagde zacht en bleef. Ik hield je hoofd vast, niet grof, wel zeker, en neukte je mond in een rustig ritme. Het geluid was nat. Jouw hand ging naar je eigen lul en wreef mee.

 

“Niet komen,” zei ik. “Nog niet.”

Je knikte, mijn lul nog in je mond, en liet je hand los.

 

Ik zette je overeind voor het grote raam. Beneden de straat, een fietser, iemand met een hond, het oranje van een lantaarn. Jij leunde voorover, handen tegen het glas, overhemd omhooggeschoven over je rug. Ik ging eerst weer op mijn knieën achter je, spreidde je billen, likte je daar waar je alweer open was van eerder, van je balzak helemaal naar je anus, weer terug. Jij duwde je rug hol. Ik spuugde in mijn hand, wreef het tussen je billen, zette de eikel tegen je opening en schoof naar binnen.

 

Van achteren voelt het anders. Dieper, voller. Jouw binnenste nam me op alsof het me verwachtte. Ik pakte je heupen, duwde tot ik helemaal in je zat, en begon te bewegen. Elke stoot duwde je een stukje verder tegen het raam. Je adem besloeg het glas. Je lul tikte tegen de koude ruit.

 

“Je ziet eruit,” zei ik tegen je oor, precies zoals beloofd, “alsof je precies weet wat je doet. Alsof je lichaam dit al jaren oefent zonder dat iemand het zag. Je billen zijn zacht en vol en ze bewegen elke keer dat ik in je ga. Je rug is sterk. Je nek… god, Ariel, je nek wanneer je je hoofd opzij draait om me aan te kijken terwijl ik je neuk.”

 

Je keek inderdaad om. Lippen open, ogen donker.

 

“Ik neuk een transgender vrouw,” zei ik, stotend. “Ik neuk Ariel. Achtenzestig. Ik voel haar lul tegen het raam tikken elke keer dat ik naar binnen ga. Ik voel hoe haar kont me vasthoudt. Ik zie haar borsten tegen het glas. En ik vind haar het mooiste wat ik ooit voor een camera of in een bed heb gehad.”

 

Je kwam met je voorhoofd tegen het raam, een laag, lang geluid, en je knijpende binnenste trok mijn eigen orgasme mee. Je zaad liep tegen het glas, dik, langzaam. Ik bleef in je terwijl ik kwam, diep, pulserend, mijn buik tegen je billen. We bleven zo staan tot het ongemakkelijk werd. Toen lachten we weer.

 

Je veegde het raam niet meteen schoon. “Laat het zitten,” zei je. “Morgen denk ik: dat hebben wij gedaan. In mijn eigen huis. Met de stad eronder.”

 

We dronken nog een glas, naakt op de bank, jouw hoofd op mijn schouder, jouw lul zacht in mijn hand alsof ik hem bewaakte. Je praatte over vroeger, niet lang, niet zwaar. Over de eerste keer dat je als vrouw een studio inliep en iemand je mevrouw noemde zonder te aarzelen. Over hoe lang je je lichaam hebt moeten onderhandelen met de wereld. Ik luisterde en wreef langzaam, niet om je weer hard te maken, alleen om te zeggen: ik ben hier. Je werd toch weer hard. Ik ging op mijn knieën tussen je benen en zoog je rustig, bijna lief, tot je met een zucht in mijn mond kwam, minder heftig, des te intiemer. Ik slikte. Jij streek over mijn kaak.

 

“Jij doet dat alsof het normaal is,” fluisterde je.

 

“Het is normaal,” zei ik. “Het is jou.”

 

De streetshoot was een week later. Jij had de weddenschap gewonnen, opnieuw, en de inzet was dat we zouden fotograferen op straat met onder je jas niets dan huid. Lange jas, laarzen, een sjaal. Onder de jas je naakte lichaam, je lul tegen de voering, je tepels die hard werden van de kou. We liepen door een stille buurt aan het water, laat in de middag. Ik fotografeerde je tegen een blinde muur, bij een steiger, in een deuropening. Elke keer wanneer een voorbijganger naderde, trok je de jas dichter. Elke keer wanneer ze voorbij waren, opende je hem een spleet, genoeg voor mijn lens, genoeg om me gek te maken.

 

In een steeg tussen twee containers stopte je me. “Nu,” zei je. “Hier.”

 

Ik ging op mijn knieën op het koude steen, duwde de jas open, en nam je in mijn mond terwijl mensen twintig meter verderop voorbijliepen. Jij hield de jas dicht aan de voorkant, alleen mijn hoofd eronder, en je ademde stil. Je was al hard van het lopen, van het geheim. Ik zoog je slordig, speeksel, koude lucht op mijn gezicht, de geur van steen en jouw huid. Je kwam bijna. Ik liet je los.

 

Je draaide je om, handen tegen de muur, jas omhoog in je rug. Ik spuugde in mijn hand, wreef tussen je billen, en neukte je kont daar, staand, snel, diep, een beetje wanhopig omdat we elk moment ontdekt konden worden. Het gevaar maakte alles scherper. Jouw lul bungelde, hard, en je kwam stil, tanden op je eigen hand, zaad tegen de muur. Ik volgde, stotend, mijn mond tegen je schouder, komend in je terwijl een auto voorbijreed. We bleven een paar seconden zo, verbonden, ademend. Toen schoof je de jas omlaag, draaide je je om, kuste me, en zei: “Volgende locatie.”

 

Onder de jas waren je dijen nat. Ik voelde het wanneer mijn hand even naar binnen ging, zogenaamd om je jas recht te trekken. Mijn vingers vonden zaad, speeksel, de hitte van je huid. Jij keek voor je uit alsof we over het weer praatten.

 

Thuis, die nacht, was het langzamer. We douchten samen. Ik waste je rug, je borsten, je lul, je kont, zorgvuldig, alsof ik een afdruk van de dag wegwaste en tegelijk bewaarde. Jij waste mij. In bed lag je op je zij, ik achter je, mijn lul tussen je billen, niet meteen naar binnen, alleen glijdend. Mijn hand om jouw lul. We bewegingen als één traag dier. Op een gegeven moment schoof ik wél naar binnen, nog steeds van opzij, lepelend, diep en lui. Je zuchtte mijn naam. Ik wreef je langzaam af. We kwamen bijna tegelijk, zonder schreeuw, zonder haast, alleen adem en nattigheid en de wetenschap dat er niemand anders in dit bed hoorde.

 

Er waren meer middagen. Meer avonden. Meer ochtenden waarop je nog sliep en ik naar je keek zoals ik naar een beeld kijk dat ik niet wil verpesten met een sluitertijd. Jouw mond open. Een borst ontbloot. Je lul zacht op je dij. De rimpel bij je oog. De vlek op je handrug. Alles waard om te bewaren.

 

Op een dinsdag fotografeerde ik je in wit linnen. Het licht was hard. Jij zweette licht in je hals. Tussen twee rolls door ging je op tafel zitten, spreidde je knieën en zei: “Lik me. Niet mijn lul. Achter.” Ik deed wat je vroeg. Mijn gezicht tussen je billen, tong plat, cirkelend, duwend, tot je hand in mijn haar klemde en je lul tegen je buik klopte zonder dat ik hem aanraakte. Je kwam zo, alleen van mijn tong in je kont, een stoot zaad over je eigen buik. Ik likte dat ook weg. Jij lachte schor. “Jij bent viezer dan je camera.”

 

“Mijn camera liegt nooit,” zei ik. “Ik ook niet.”

 

Op een donderdag won jij weer een weddenschap. De inzet: jij mocht mij nemen. Thuis, op mijn bed, olie op je schacht, mijn knieën open, mijn gezicht in het kussen. Je was voorzichtig en zeker tegelijk. Jouw lul is niet de grootste ter wereld en dat is precies goed. Ik voelde je eikel, dan meer, dan alles. Jij boog over me heen, je borsten tegen mijn rug, je mond tegen mijn oor. “Adem,” zei je. Ik ademde. Je bewoog. Het brandde zacht, toen niet meer, toen was het vol en raar en intimiderend mooi. Jij neukte me langzaam, jouw hand om mijn lul, en je praatte. “Dit is ook van mij. Jouw kont. Jouw adem. Jij laat een transgender vrouw van achtenzestig je neuken en je wordt er hard van. Zeg het.”

 

Ik zei het. Tegen het kussen, toen harder. Jij kwam in me, stotend, een laag geluid, en je bleef liggen tot je zacht werd. Daarna draaide je me om, pijpte me tot ik over je tong kwam, en kuste me met mijn eigen smaak in je mond.

 

Ik sliep die nacht met mijn gezicht tegen je buik. Jouw vingers in mijn haar. Ergens in het donker zei je: “Mensen denken dat een lichaam als het mijne uitleg nodig heeft. Jij vraagt geen uitleg. Dat is waarom ik mijn kleren voor jou uittrek.”

 

Ik kuste je buik. “Ik vraag wel. Maar niet om het recht te zetten. Alleen om het beter te kunnen zien.”

 

Soms zijn onze ideeën spannend, sexy of erotisch. Soms komen ze voort uit fantasieën waarover we open met elkaar kunnen praten. We hebben gepraat over vastbinden en het niet gedaan. We hebben gepraat over iemand erbij en het niet gedaan. We hebben gepraat over buiten in het volle licht en het wél gedaan, een keer, in jouw tuin, laat, jij voorover op de tuinbank, ik in je kont, een buurman ergens achter een haag die niets merkte of alles, wij die het risico namen omdat jij zei: “Ik wil voelen dat de lucht op mijn lul staat terwijl jij in me zit.”

 

Ik deed het. De tuinbank kraakte. Een merel schreeuwde. Jij kwam in het gras. Ik kwam in jou. We gingen naar binnen alsof we alleen maar wijn hadden gedronken.

 

Als fotograaf hoef ik jou niet in een vorm te duwen. Mijn taak is om naar je te kijken, je te volgen en alert te zijn op dat ene moment waarop blik, houding, beweging, licht en emotie samenvallen. In bed is mijn taak hetzelfde. Ik volg. Ik kijk. Ik ben alert op de rilling in je dij, op de manier waarop je adem stokt, op hoe je lul trilt vlak voordat je komt, op hoe je kont me binnenlaat wanneer je het werkelijk wilt.

 

Soms ben jij alweer met het volgende bezig terwijl ik nog denk: verdorie, dát had ik moeten vastleggen. Een blik over je schouder. Een hand die je eigen tepel vastpakt terwijl ik je pijp. De manier waarop je lacht met mijn lul nog in je. Dat is kenmerkend voor jou. Jij geeft voortdurend beelden zonder dat je een serie aangeleerde poses afwerkt. Je persoonlijkheid beweegt mee met je lichaam. Daardoor fotografeer ik bij jou niet alleen een uiterlijk. Ik fotografeer Ariel. Ik neuk Ariel. Ik houd Ariel.

 

Technische perfectie alleen raakt mij niet. Een foto waarop iemand werkelijk aanwezig is, doet dat wel. Een lichaam waarin iemand werkelijk aanwezig is terwijl ik het neuk, doet dat nog meer. En jij bent aanwezig. Je durft ruimte in te nemen. Je durft je lichaam te gebruiken om gevoel, kracht en energie zichtbaar te maken. Je kunt krachtig zijn zonder je zachtheid kwijt te raken. Je kunt sexy zijn zonder dat je daardoor iemand anders hoeft te spelen. Je kunt kwetsbaar zijn zonder zwak te worden. Je kunt een lul hebben en vrouw zijn zonder die twee dingen tegen elkaar uit te spelen.

 

Dat kun je iemand nauwelijks leren.

 

Daarom beschouw ik jou als een uitzonderlijk goed model. Niet omdat jij aan een traditioneel schoonheidsideaal zou moeten voldoen, maar juist omdat jij daar helemaal niet afhankelijk van bent. Jij hebt iets wat voor mij veel belangrijker is: authenticiteit. En authenticiteit is ook dit: jouw zaad op mijn tong. Jouw kont om mijn lul. Jouw stem die zegt dat het goed is, dat het meer mag, dat het langzamer moet, dat ik moet blijven.

 

Ik wil vastleggen wat er daadwerkelijk voor mijn camera staat. Jou. Ariel. Achtenzestig. Een transgender vrouw met een geschiedenis. Een vrouw die haar eigen weg heeft afgelegd. Krachtig. Vrij. Expressief. Zelfbewust. Vrouwelijk. Creatief. Sensueel. Eigenzinnig. En bovenal: levend.

 

Wanneer jij voor mijn camera staat, hoef jij niet te vragen of je gezien mag worden. Je aanwezigheid zorgt ervoor dat je gezien wórdt. Wanneer jij voor mij opengaat, hoef je niet te vragen of je aangeraakt mag worden. Je aanwezigheid zorgt ervoor dat ik het doe.

 

En misschien is dat uiteindelijk de beste manier waarop ik kan uitleggen waarom ik jou zo graag fotografeer, en waarom ik steeds weer mijn kleren uittrek wanneer jij dat wilt:

 

Ariel, jij poseert niet voor mijn camera.

 

Jij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is om vast te leggen.

 

Jij geeft mijn mond, mijn handen en mijn lul hetzelfde.

 

En achter die camera staat niet alleen jouw fotograaf.

 

Daar staat ook een vriend die ontzettend veel waardering heeft voor de vrouw die jij bent.

 

Een man die je pijpt alsof het het meest vanzelfsprekende ter wereld is.

 

Een man die in je kont komt en daarna je lul kust.

 

Een man die je leeftijd, je geschiedenis en je lichaam niet uit elkaar trekt.

 

Precies dát maakt jou voor mij zo bijzonder.

 

Ik blijf kijken. Ik blijf volgen. Ik blijf je naam zeggen, in het licht van de studio en in het donker van de slaapkamer, tot je het gelooft omdat het waar is.

 

De ochtend erna werd ik wakker van jouw mond. Niet abrupt, niet als een truc, maar als iets dat al een tijdje bezig was voordat ik het merkte. Het licht in jouw slaapkamer was grijs en zacht. Onder het laken voelde ik warmte, speeksel, de natte kring van je lippen om mijn lul. Ik tilde het laken op en zag je. Haar in de war, ogen halfdicht, mond bezig. Je keek omhoog toen je merkte dat ik keek, en je glimlachte om me heen. Dat gezicht, achtenzestig, met mijn lul tussen je lippen, is een beeld dat geen camera ooit beter zou maken.

 

Ik legde mijn hand in je haar. Je zoog langzamer, dieper, een hand om de basis, de andere ergens op mijn dij. Ik kwam bijna te snel. Je merkte het en liet me los, kuste de eikel, wachtte, nam me weer. Toen ik kwam, slikte je zonder theater. Je veegde je mond af met de rug van je hand, kroop omhoog en kuste me. Ik proefde mezelf en de slaap in jouw mond.

“Goedemorgen,” zei je.

“Goedemorgen.”

We bleven liggen. Jouw lul was hard tegen mijn heup. Ik nam hem in mijn hand, wreef lui, en vroeg of je wilde komen. Je knikte. Ik ging onder het laken en nam je in mijn mond zoals jij mij had genomen: langzaam, aandachtig, zonder haast om klaar te zijn. Je vingers in mijn haar. Je adem die sneller werd. Je heupen die een klein ritme zochten. Je kwam met een zucht die bijna een lach was, en ik slikte jou zoals jij mij had doorgeslikt. Daarna lagen we stil, nattigheid tussen ons, het huis dat nog sliep.

Koffie in jouw keuken, jij in mijn overhemd, ik in je badjas. We praatten over de beelden van de dag ervoor, over een belichting die beter kon, over een muur die te druk was. Alsof we niet elkaars zaad hadden doorgeslikt. Alsof dat het normale was. En dat was het intussen ook.

 

Die week fotografeerde ik je drie keer. Elke keer kantelde het weer, ergens, van werk naar huid. De eerste keer in een gehuurde zolder met dakramen. Jij in een lange zwarte rok en een korset dat je zelf had meegenomen, niet omdat je een rol wilde spelen, maar omdat de stof je middel zo vastpakte dat je adem anders werd. Ik fotografeerde je tegen de balken. Toen knoopte je het korset zelf los, langzaam, oogcontact, en je rok viel. Je had eronder niets aan. Je lul lag al half hard in het licht van het dakraam. Ik ging op mijn knieën op het ruwe hout en pijpte je tot je knieën trilden. Je hield je vast aan een balk. Stof in een streep zonlicht. Je kwam in mijn mond met een geknepen geluid, bang dat de buren het zouden horen, en die angst maakte het scherper.

 

Ik veegde mijn mond af, zette je tegen de schuine wand, tilde een van je benen en duwde mijn vingers eerst, toen mijn lul, in je kont. Het was krap en droog tot ik speeksel gebruikte, toen glad. Je gezicht tegen het hout. Je lul tussen jou en de wand geklemd. Ik neukte je in een kort, diep ritme omdat we beiden niet lang meer konden. Je kwam opnieuw, minder zaad, meer rilling. Ik kwam in je en bleef staan tot mijn benen zeiden dat het genoeg was.

 

De tweede keer was in mijn studio, bewust laat, bewust nadat ik de rolluiken had gelaten. Jij vroeg of ik je wilde fotograferen terwijl ik in je zat. Ik zei ja. We zetten een statief, een timer, een stoel. Jij op mijn schoot, rug naar de camera, mijn lul in je kont, jouw lul in mijn hand. Elke tien seconden een klik. Tussen de klikken door bewoog ik. Jij lachte. “Dit is het slechtste en het beste wat we ooit hebben gemaakt.” Na afloop keken we de beelden. Je gezicht was niet altijd scherp. Je lul was dat soms wel. Mijn hand om jou was een feit. We hebben die foto’s nooit gedeeld. Ze liggen in een map die alleen wij kennen, naast beelden van je handen en je mond en een steeg die niemand zou herkennen.

 

De derde keer begon als mode en eindigde onder de douche. Jij had water over je make-up laten lopen omdat je zei dat perfectie je verveelde. Ik fotografeerde de strepen mascara, de natte blouse, de stof die aan je tepels kleefde, de contour van je lul onder de doorzichtige stof. In de douche van de studio, die eigenlijk te klein is voor twee, waste ik de make-up van je gezicht. Jij waste de gel van mijn handen. Toen ging je door je knieën onder de straal en nam je me in je mond terwijl het water over je haar liep. Ik kwam tegen je tong, bijna vallend. Jij stond op, zette mijn hand om je lul, en neukte mijn vuist tot je tegen mijn buik spoot, het water dat alles meteen wegwaste behalve de herinnering.

 

Er is een avond geweest waarop we bijna ruzie kregen. Niet over seks. Over een beeld. Ik had je te netjes belicht, vond je. Te mooi in de conventionele zin. “Maak me niet jonger,” zei je. “Maak me niet glad. Als je mijn lul wegretoucheert of mijn rimpels of de plek op mijn heup, dan stop ik.” Ik beloofde het. Ik meende het. Diezelfde nacht neukte ik je van voren terwijl je op je rug lag, je benen over mijn schouders, je lul tussen ons in, en ik keek naar elke lijn in je gezicht terwijl ik stootte. Ik zei de dingen die ik zag. De plooi bij je mond. De zachte huid onder je kin. De aderen op je hand. De manier waarop je lul donkerder werd vlak voor je klaarkwam. Je huilde bijna, niet van verdriet, van gezien worden. Je kwam over je eigen buik. Ik likte het weg en kuste je.

 

Truth or Dare is geen spel meer. Het is een taal. Op een vrijdag, weer wijn, weer de bank, zei jij “dare” voordat ik iets vroeg. Je dare aan jezelf, uitgesproken naar mij: je zou me in de keuken nemen, staand, zonder voorbereiding behalve speeksel, terwijl het avondeten aanbrandde. We hadden pasta opgezet. We vergaten de pasta. Jij draaide me naar het aanrecht, je hand in mijn nek, je andere hand die mijn broek naar beneden werkte. Je knielde kort, likte me open, stond op, zette je eikel tegen mij en duwde. Ik beet op mijn eigen arm. Jij fluisterde vies en teder door elkaar. De pasta verbrandde. De rookmelder ging af. We lachten half naakt terwijl jij nog in me zat, en daarna maakten we het af tegen de koelkast, jouw stoßen kort en diep, mijn lul in jouw hand, tot we beiden kwamen en de keuken naar rook en seks rook.

We hebben het raam nog vaker gebruikt. Altijd jouw idee of het mijne, het maakt niet uit. Een keer bij daglicht, het risico groter, jij met je borsten en je lul tegen het glas, ik op mijn knieën achter je, mijn tong in je kont tot je tegen het raam spoot. Een keer ’s nachts, alleen de lamp van de straat, ik in je, mijn hand die je keel niet dichtkneep maar alleen vasthield, jouw stem die zei dat je het voelde tot in je tanden.

 

De tuin is een terugkerend toneel. Jij hebt lavendel en iets dat naar munt ruikt. Op een warme avond lag je op een deken, naakt, een kussen onder je kont, en ik fotografeerde je eerst. Echt fotografeerde. Huid, schemer, een bij die te dichtbij kwam, jouw lach, jouw lul die in het gras een schaduw wierp. Toen legde ik de camera weg en nam ik je in mijn mond in de buitenlucht. Je handen onder je hoofd. Je keek naar de lucht terwijl je klaarkwam. Later ging ik in je kont, jouw benen open naar de avond, en een vliegtuig trok een streep terwijl ik stootte. Je zei: “Als ze het zien, zien ze een vrouw die geneukt wordt. Klaar.”

 

Ik geloofde je.

 

Er is een hotel geweest, één nacht, omdat jouw huis werd geschilderd en het mijne vol stond met nabewerking. Een kamer met een te groot bed en een spiegel tegenover. Jij zag de spiegel en glimlachte op een manier die ik ken. “Daar gaan we niets mee doen,” zei je, en deed er alles mee. Je zette me op de rand van het bed, ging op je knieën en pijpte me terwijl je naar onszelf keek. Toen ging je op het bed liggen, op je rug, knieën opgetrokken, en ik neukte je kont terwijl we beiden naar de spiegel keken. Jouw lul op je buik. Mijn buik tegen je billen. Jouw gezicht. Mijn gezicht. De vrouw van achtenzestig en de man die haar neukt. Je kwam over jezelf. Ik kwam in je. In de spiegel zag ik hoe je hand mijn arm vasthield alsof je viel.

 

’s Nachts werd je wakker en zocht je mijn mond. We hadden seks half slaap, langzaam, jouw lul in mijn hand, mijn lul in jou, geen woorden. In de ochtend bestelde je ontbijt en at je fruit van mijn vingers. Een aardbei tegen mijn onderlip. Jouw tong die het sap weglickte. Het was obsceen in zijn eenvoud.

 

Ik kan de keren niet meer tellen dat ik je heb gepijpt. In de studio, in de keuken, in de auto eenmaal, op een parkeerplaats achter een bedrijventerrein, jouw stoel naar achteren, mijn hoofd in je schoot, een vrachtwagen die voorbijreed, jij die mijn haar vasthield en stil kwam. In de kleedruimte van een locatie waar we officieel alleen “portret” zouden doen. Op het toilet van een café, belachelijk, te krap, jouw rug tegen de deur, mijn knieën op vieze tegels, jouw hand voor je mond. Je kwam bijna niet van de stress en toen opeens wel, hard, en we moesten allebei lachen met jouw zaad in mijn keel.

 

Ik kan de keren niet tellen dat jij mij hebt genomen. Minder vaak, niet minder waar. Jij houdt ervan om mijn gezicht te zien wanneer je naar binnen gaat. Jij praat. Niet altijd vies. Soms alleen: “Zo. Blijf. Adem. Goed.” Jouw borsten boven me. Jouw lul in me. Jouw leeftijd in je handen die mijn heupen vastzetten. Het is geen omkering van macht. Het is dezelfde vrijheid, andersom.

 

Er is een middag geweest waarop we niets deed en dat het meest intieme was. Jij sliep op de bank. Ik werkte aan selecties. Af en toe keek ik op. Een voet. Een hand. De lijn van je hals. Je werd half wakker, stak je hand naar me uit, en ik kwam naast je liggen zonder iets te willen. Jouw lul tegen mijn been, zacht. Mijn mond op je voorhoofd. Zo’n uur. Toen stond je op en zette koffie alsof we een oud paar waren. Misschien zijn we dat intussen ook, op onze manier, zonder contract, met een camera tussen ons en een bed erachter.

 

Mensen vragen soms, voorzichtig, hoe het is om met jou te werken. Ik zeg: ze poseert niet. Ze is aanwezig. Wat ik niet zeg: ze komt in mijn mond alsof dat een zin is die bij het lichtplan hoort. Wat ik niet zeg: ik ken de smaak van haar. Wat ik niet zeg: wanneer ze lacht met mijn lul nog in haar, is dat de enige review die ik nodig heb.

 

Wat jou bijzonder maakt is niet dat je transgender bent. Het is ook niet ondanks dat je transgender bent. Het is de manier waarop jij weigert die twee zinnen tot een slogan te maken. Jij bent een vrouw. Jij hebt een lul. Jij bent achtenzestig. Jij staat voor een camera alsof de wereld alleen uit licht en adem bestaat. Jij laat je kont neuken tegen een raam. Jij kust mijn haar wanneer ik klaar ben. Al die zinnen zijn waar. Geen ervan schrapt de andere.

 

Ik heb je gefotografeer in regen. Water op je jas, op je wimpers, op je mond. Onder de jas was je weer naakt omdat jij dat wilde. We schuilden onder een viaduct. Je hand in mijn broek. Mijn hand in jouw jas, om jouw lul, nat van regen en van jou. Je kwam in mijn hand, snel, verborgen, en kuste me met koude lippen. De foto’s van die middag zijn donker en raar en goed. Jouw mond is open. Iemand zou denken dat je alleen naar de regen kijkt.

 

Ik heb je gefotografeerd in een stoel die te klein was, in een bed dat niet van ons was, tegen een muur vol graffiti, in een kerkportaal toen er niemand was, jouw idee, mijn hartslag in mijn keel. We hebben daar niet geneukt. We hebben alleen gekeken of we durfden. Je opende je jas een seconde. Ik maakte één beeld. Toen liepen we weg, hard lachend, en in de auto pijpte je me tot ik tegen het stuur moest bijten.

 

Er zijn dagen dat we alleen werken. Echt werken. Licht, lens, huid, klaar. Jij drinkt thee. Ik kijk naar histogrammen. We raken elkaar niet aan. Die dagen zijn nodig. Ze maken de andere dagen niet minder waar. Ze maken ze scherper. Wanneer je aan het eind van zo’n dag toch je hand op mijn broek legt, is het geen automatisch gevolg. Het is een keuze. Jij kiest. Ik kies terug.

 

Op een zondag kookte je voor me. Niets bijzonders. Soep, brood, wijn. Jij aan het aanrecht, ik die naar je kont keek in een jurk zonder slip. Na het eten ging je op tafel zitten tussen de borden, spreidde je benen en zei: “Dessert.” Ik schoof een bord opzij en nam je lul in mijn mond tussen kruimels en een vlek wijn. Je lachte zo hard dat je bijna uit mijn mond schoot. Daarna neukte ik je op diezelfde tafel, een lepel die op de grond viel, jouw hakken in mijn rug, jouw zaad op een servet dat we later hebben weggestopt alsof het een geheim document was.

 

Ik denk soms aan de eerste keer dat ik je zag, jaren geleden, op een set die niet van mij was. Je was ouder dan de andere modellen en je nam meer ruimte in. Iemand fluisterde iets dat ik niet wilde horen. Jij hoorde het wel en je glimlachte alsof je medelijden had met de fluisteraar. Die glimlach zit nog in hoe je nu je kleren uitdoet. Geen wraak. Geen bewijsdrang. Alleen: ik ben er nog. Kijk maar.

 

Ik kijk.

 

Ik kijk naar hoe je je haar vastzet met een clip die te jong voor je lijkt en daardoor precies goed is. Ik kijk naar hoe je je lul rechtlegt in een slip wanneer je wél iets draagt, een gebaar zo alledaags dat het me harder raakt dan naaktheid. Ik kijk naar hoe je slaapt. Ik kijk naar hoe je klaarkomt. Ik kijk naar hoe je thee inschenkt. Het is hetzelfde kijken.

 

Als je ooit vraagt of ik je jonger wil maken, is het antwoord nee. Als je ooit vraagt of ik wil dat je je lul weghaalt uit het beeld, uit het bed, uit het verhaal, is het antwoord nee. Als je ooit vraagt of dit nog fotografie is of al iets anders, is het antwoord: ja. Allebei. Tegelijk.

 

Ik wil dat je dit onthoudt wanneer je twijfelt, als je twijfelt, al twijfel je zelden hardop. Ik meen de foto’s. Ik meen de stoßen. Ik meen de koffie. Ik meen de steeg. Ik meen jouw zaad in mijn mond en mijn zaad in jouw kont en de lach daarna. Ik meen dat je een uitzonderlijk goed model bent omdat je authentiek bent. Ik meen dat je een uitzonderlijke minnares bent om dezelfde reden.

 

Jij poseert niet.

 

Jij geeft.

 

En ik blijf ontvangen, met camera en zonder, tot het licht op is en het lichaam nog niet.

 

Er was een week waarin we elkaar elke dag zagen en het werk bijna een dekmantel werd. Maandag studio, dinsdag locatie bij het water, woensdag jouw huis omdat het licht daar in de namiddag door het zijraam valt alsof iemand het expres heeft gezet. Elke dag begon met objectieven en eindigde met huid. Niet omdat we geen discipline hadden. Omdat de discipline zelf erotisch was geworden: eerst kijken, dan nemen.

 

Maandag droeg je een groene jurk die ik niet kende. Goedkoop, zei je, van een markt, en daardoor vrijer dan designer. De stof kriebelde bij je tepels. Ik zag het aan hoe je bewoog. Ik fotografeerde je tegen een grijze achtergrond, klassiek, bijna saai, tot je zelf de jurk omhoogtilde en je lul liet zien zonder te lachen. “Dit hoort erbij,” zei je. “Of je maakt nu een beeld, of je komt hierheen.” Ik deed beide. Eerst drie frames, scherp op haar hand en de schacht, haar gezicht onscherp en daardoor des te aanwezig. Toen de camera opzij, mijn mond om haar, mijn knieën op de betonnen vloer die koud was. Ze hield de jurk omhoog alsof ze nog poseerde. Ze kwam in die houding, netjes bijna, een stoot, een tweede, mijn keel die slikte. Daarna neukte ik haar staand, de jurk in haar eigen handen, haar kont glad van speeksel, haar voorhoofd tegen de grijze achtergrondpapierrol. Het papier scheurde een stuk. We hebben de scheur laten zitten. Een souvenir.

 

Dinsdag aan het water waaide het. Haar haar in haar mond. Een lange jas weer, ditmaal wel een slip eronder omdat ze zei dat de wind anders te eerlijk was. We fotografeerden tot haar lippen paars werden. In de auto zette ze de verwarming hoog, schoof ze de slip opzij en trok ze mijn hand naar haar lul. Ik wreef terwijl ik reed, langzaam, te langzaam voor haar, precies goed voor de weg. Bij een rood licht kwam ze bijna. Bij het volgende licht nam ze zelf mijn lul uit mijn broek en bukte ze zich. Een claxon. Haar hoofd in mijn schoot. Ik kwam voordat het licht groen werd, te snel, slordig, haar mond vol, haar lach nattig toen ze rechtop ging zitten en haar lippen afveegde met mijn sjaal.

 

“Je rijdt beter wanneer je net klaargekomen bent,” zei ze.

 

“Jij pijpt gevaarlijk.”

 

“Dat weet je al.”

 

Woensdag bij haar thuis was het licht inderdaad perfect. We werkten een uur serieus. Portretten. Handen. Een glas water. Haar mond. Toen zei ze dat ze moe was van mooi zijn en ging ze op het tapijt liggen, jurk nog aan, benen open. Ik fotografeerde haar van boven. De jurk opgeschoven. Haar lul in haar eigen hand, niet aftrekkend, alleen vast. De volgende frames waren mijn mond die haar hand verving. De camera stond op statief en bleef doorklikken terwijl ik haar pijpte. Later hebben we die reeks bekeken. Je ziet mijn achterhoofd, haar gezicht, haar hand in mijn haar, het moment waarop haar mond opengaat. Het is de meest eerlijke serie die we hebben. We noemen hem intern “het tapijt.” Niemand anders ziet hem.

 

Donderdag rust. Tenminste, dat was het plan. Ze belde of ik nog een batterij had liggen. Ik had geen batterij nodig om te begrijpen wat ze vroeg. Ik reed naar haar toe. Ze deed open in een badjas. Geen camera die dag. Alleen een bed dat al openlag. We hadden seks alsof we tijd inhaalden die we niet verloren waren. Zij bovenop, lang, haar lul tussen mijn handen, haar kont die me innam tot ik niet meer wist of ik nog een fotograaf was. Ik draaide haar om, neukte haar diep, mijn mond in haar hals. Ze vroeg of ik bleef eten. Ik bleef. We atten brood in bed, kruimels in de lakens, haar voet tegen mijn kuit.

 

Vrijdag een opdracht voor iemand anders, toevallig in dezelfde stad. Ik zag haar niet tot de avond. Ze wachtte bij mij voor de deur met wijn en een blik die ik kende. “Dare,” zei ze in plaats van hallo. Haar dare: ik mocht die avond niets beslissen. Zij bepaalde hoe, waar, hoe vaak. Ik zei ja. Ze zette me onder de douche en waste me, knielde, pijpte me tot ik tegen de tegels moest leunen, liet me niet komen, deed de kraan dicht, droogde me af als een ding dat van haar was. In de woonkamer bond ze mijn polsen niet vast; ze vroeg me ze boven mijn hoofd te houden en ik deed het. Ze reed over mijn gezicht, haar lul langs mijn lippen, mijn tong, mijn kin. Ze neukte mijn mond. Ze draaide zich om en liet me haar kont likken tot mijn kaak stijf werd. Toen zat ze op mijn lul, rug naar me toe, en bewoog tot ze klaarkwam over mijn buik. Pas daarna mocht ik komen, in haar, haar hand om mijn balzak, haar stem die zei: “Nu.” Ik gehoorzaamde alsof het een lichtaanwijzing was.

 

Zaterdag sliepen we uit. Zondag fotografeerde ik haar in mijn bed, ochtendlicht, geen make-up, een laken tot haar heup. Haar lul een lijn onder het katoen. Haar ogen slaperig. Die beelden zijn stil. Ze zijn het tegenovergestelde van de steeg. Ze zijn even waar.

 

Ik verzamel intussen niet alleen foto’s. Ik verzamel details. De manier waarop ze “wacht” zegt wanneer het te veel is, en “niet wachten” wanneer ze wil dat ik door ga. De smaak van haar huid na regen. De smaak van haar huid na zweten. Het verschil. De kleine moedervlek aan de binnenkant van haar linkerdij, die ik altijd kus voordat ik haar lul in mijn mond neem, als een bijgeloof. De manier waarop haar anus samentrekt vlak na het klaarkomen, alsof ze me nog even wil houden. De manier waarop ze water drinkt na orale seks, praktisch, onsentimenteel, en dan toch mijn hand kust.

 

Er was een gesprek over grenzen dat we serieus voerden, aan tafel, kleren aan, geen spel. Wat mag. Wat niet. Geen pijn die schade doet. Geen derden zonder opnieuw te praten. Geen beelden van seks die de deur uitgaan. Geen namen op internet. Wel: steeg, raam, tuin, auto, haar lul in beeld wanneer zij dat wil, mijn mond op haar, haar lul in mij, woorden die benoemen wat ze is zonder haar weg te cijferen. We schreven het niet op. We herhaalden het. Daarna neukten we op de stoel, langzaam, als een handtekening onder een afspraak.

 

Een maand later testten we een grens die we wél hadden opengezet: publiek kijken zonder publiek doen. Een galerie-opening, zij in een jumpsuit die haar lichaam volgde, ik met een glas, te veel mensen. Onder de jumpsuit niets, had ze gezegd in de taxi. Ik geloofde haar. Elke keer dat ze langs me schuurde voelde ik dat het waar was. Op het toilet van de galerie, unisex, één cabine, kuste ze me en zette ze mijn hand tussen haar benen. Hard. Warm. “Niet meer,” fluisterde ze. “Alleen dit.” We gingen terug naar de zaal met mijn hart in mijn keel. Thuis rukte ze de jumpsuit van haar lijf en ik neukte haar tegen de gangmuur, haar ene been om mijn heup, haar lul tussen ons, haar tanden in mijn schouder. Ze kwam zonder hand. Ik ook. We zakten samen naar de vloer en lachten omdat de galerie wijn naar kurk had gesmaakt en dit niet.

 

Ik heb haar een keer gefotografeerd terwijl ze klaarkwam. Echt. Afgesproken. Statief, afstandsbediening in haar hand. Zij op de stoel, benen wijd, mijn mond eerst, dan mijn hand, dan alleen zijzelf, aftrekkend voor de lens, kijkend naar mij achter de camera. Toen ze kwam, drukte ze zelf af. Haar gezicht in dat frame is het minst poseerende gezicht dat ik ken. Open. Lelijk bijna van eerlijkheid. Mooi van hetzelfde. Daarna legde ze de afstandsbediening weg en vroeg ze of ik haar wilde neuken zonder verder te fotograferen. Ik deed het op de vloer, haar zaad nog op haar buik, mijn lul in haar kont, mijn mond op haar mond.

 

Soms vraag ik me af of ik dit zou schrijven als ze cis was, of jonger, of minder complex in de ogen van een wereld die van categorieën houdt. Het antwoord is dat ik dan een ander lichaam zou beschrijven en dezelfde aanwezigheid zou zoeken. Dat ik haar lul benoem is geen fetisj die haar vrouw-zijn schrapt. Het is weigeren te liegen. Zij liegt niet. Haar lichaam liegt niet. Mijn camera liegt niet. Mijn mond liegt niet wanneer hij haar eikel omvat.

 

Zij heeft me ooit gevraagd of het me uitmaakt, in het donker, zonder beeld. Of mijn hand het verschil zoekt. Ik zei: mijn hand zoekt jou. In het donker is ze nat op andere plekken, hard op de plek waar ze hard wordt, zacht op de plek van haar borsten, warm overal. Ik vind haar altijd.

 

Er was een reis van twee dagen, werk aan de kust, een hotel met zee. We fotografeerden in de duinen, wind, zand in alles. ’s Avonds in de kamer zat zand nog tussen haar billen en ik waste haar in een te klein bad, mijn vingers zorgvuldig, haar lach die zei dat ik een ritueel van een wasbeurt maakte. Ze nam me in dat bad, slordig, water over de rand, haar lul glijdend tegen mijn buik terwijl ze op me zat, niet in me, alleen wrijvend, tot we beiden in het water kwamen en het bad als soep werd. We sliepen met het raam open. De zee. Haar adem. Mijn hand op haar heup.

 

Op de terugweg in de auto sliep ze tegen het raam. Ik keek naar haar mond. Ik dacht aan alle keren dat die mond om mij had gezeten. Ik dacht aan alle keren dat ik haar naam had gezegd tegen haar huid. Ik reed langzamer dan nodig.

 

Thuis weer de studio, weer het gewone werk, weer de wereld die niet weet wat er onder haar jurk gebeurt of in mijn keel of tegen haar raam. Ik bewerk foto’s van haar gezicht en moet soms pauzeren omdat ik de smaak herinner. Dat is geen professionele houding. Dat is de waarheid.

 

Zij stuurt soms in de nacht een foto die ze zelf maakt. Geen naakt, of juist wel. Een keer alleen haar hals. Een keer haar lul in haar hand, de rest buiten beeld, een lamp te warm. Een keer haar mond met mijn naam in lipstick op een spiegel. Ik antwoord niet altijd met woorden. Soms kom ik naar haar toe. Soms stuur ik terug: ik zie je. Dat is genoeg. Dat is alles.

 

Ik weet dat verhalen als dit de neiging hebben te eindigen in een grote verklaring. Ik heb die verklaring al gegeven, in het begin, en ik geef hem opnieuw omdat herhaling bij ons geen zwakte is maar een ritme. Ik meen het. Ik fotografeer haar omdat ze aanwezig is. Ik neuk haar omdat ze aanwezig is. Ik hou van haar op een manier die geen etiket nodig heeft dat de hele wereld begrijpt. Vriendin. Model. Minnares. Transgender vrouw. Achtenzestig. Ariel.

 

Zij poseert niet.

 

Zij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is om vast te leggen.

 

Zij geeft mijn lichaam hetzelfde.

 

En achter die camera sta ik, telkens opnieuw, bereid te kijken tot het kijken een aanraking wordt en de aanraking een beeld dat niemand anders ooit te zien krijgt.

 

 

 

Er volgde een weekend waarin we afspraken niet te werken en het toch deden, alleen zonder opdrachtgever, zonder leverdatum, zonder andere blik dan de onze. Vrijdagnacht kwam ze met een tas. Daarin een jurk, een paar hakken, een fles, een klein flesje glijmiddel, een klemmetje voor haar haar, niets dat op een plot leek en alles dat er een werd. We aten eerst. We dronken langzaam. We praatten over een tentoonstelling die beiden niks vonden en over een roman die zij wel uitlas en ik niet. Toen ze haar glas neerzette, was het gesprek voorbij zonder dat iemand een punt zette.

 

Ze deed de jurk aan in de badkamer en kwam terug alsof ze een set opliep. Zwart, kort, diep uitgesneden. Haar borsten lagen zwaar in de hals. Haar lul tilde de stof een beetje. Ik mocht kijken. Alleen kijken, vijf minuten, zoals eerder, alleen nu in mijn eigen huis, met de wetenschap dat de nacht lang was. Ze draaide. Ze boog. Ze zette een hak op de stoel. Ze tilde de jurk niet op. Ze hoefde niet. Ik werd hard in mijn broek van een plooi.

 

Toen ze knikte, ging ik naar haar toe. Ik kuste haar hals, haar decolleté, de binnenkant van haar pols. Ik knielde en kuste haar knie, haar binnenkant dij, de stof over haar lul. Ik nam haar in mijn mond door de jurk heen tot de stof nat was. Ze gaf een geluid dat half protest was, half aanmoediging. Ik schoof de jurk omhoog en nam haar bloot, slobberend, mijn handen om haar billen. Ze hield mijn hoofd en neukte mijn mond in kleine stoßen, beleefd bijna, tot ze terugtrok.

 

“Bed,” zei ze. “Maar de jurk blijft aan tot hij niet meer kan.”

 

Op het bed lag ze op haar rug, hakken nog aan, jurk op haar buik gerold. Ik likte haar balzak, haar schacht, haar eikel, haar perineum, haar anus. Ik bleef daar lang, mijn tong plat, dan puntig, dan plat, tot haar lul tegen haar jurk klopte en haar hand de stof kreukelde. Ik schoof twee vingers in haar kont, zocht, vond de plek die haar adem brak, en zoog haar tegelijk. Ze kwam met haar hakken in mijn rug, zaad over de zwarte stof, een vlek die we later zouden zien als een kaart van die minuut.

 

Ik draaide haar op haar buik. De jurk zat in de weg en zat precies goed. Ik duwde glijmiddel tussen haar billen, koud, haar vloek, haar lach. Ik ging naar binnen in één lange beweging die niet wreed was en ook niet voorzichtig. Ze was open van mijn tong en toch strak. Ik neukte haar zo, mijn buik tegen de glanzende vlek op haar jurk, mijn hand onder haar langs om haar lul vast te pakken. Het bed gaf geluid. Zij gaf geluid. Ik praatte omdat zij dat soms wil, niet altijd, vanavond wel.

 

“Je kont pakt me. Je jurk is vies van jezelf. Je hakken krassen mijn rug. Je bent achtenzestig en je wordt geneukt alsof de nacht van jou is. Je lul lekt in mijn hand. Je bent een vrouw. Je bent Ariel. Blijf kijken in dat hoofdkussen en voel wie er in je zit.”

 

Ze kwam opnieuw, droger, feller, haar anus die me klemde tot ik me niet meer inhield. Ik kwam in haar, diep, mijn mond open tegen haar schouderblad. We bleven liggen. De jurk was kapot aan een naad. Ze lachte. “Hij kon niet meer.”

 

Zaterdag ochtend lichtte de kamer te vroeg. We sliepen uit tot we niet meer konden. Onder de douche nam ze me in haar hand en wreef me klaar tegen haar buik, mijn zaad op haar natte huid, weggespoeld, opnieuw gemaakt in herinnering. Ontbijt naakt. Haar lul rustig over haar dij. Mijn blik die ze toeliet.

 

’s Middags fotografeerde ik haar toch, omdat kijken ons werk en ons verlangen is. Geen studio. Alleen het raam, een stoel, haar naakte lijf in eetbaar licht. Ik maakte honderd beelden van bijna niets: een sleutelbeen, een tepel, de zware lijn van haar lul in rust, haar mond, haar voet, haar oog. Tussen de beelden door kuste ik de plek die ik net had vastgelegd. Het werd een ritueel. Klik. Kus. Klik. Kus. Bij haar lul klikte ik en nam ik haar daarna in mijn mond tot ze zacht bleef en toch vocht werd. Ze kwam niet. Ze zei dat ze bewaarde. Ik begreep het.

 

Zaterdagavond kookte ik. Zij zat op het aanrecht, naakt onder een overhemd, en stal van de snijplank. Haar hielen tikten tegen het kastje. Wanneer ik tussen haar knieën ging staan om een ui te pakken, pakte zij mijn lul door mijn broek. “Later,” zei ik. “Nu,” zei zij. Ik zei later en meende nu. We aten half. We lieten de borden staan. Op de bank nam zij mij, olie, geduld, haar borsten boven mijn rug toen ze van achteren in me schoof. Ik voelde elke centimeter. Ik voelde haar adem. Ik voelde haar lul als een feit dat geen uitleg vroeg. Zij wreef me af in het ritme van haar stoßen. Ik kwam over de bank. Zij kwam in mij, stil, haar voorhoofd op mijn rug. We bleven verbonden tot het wegzakte. Haar mond op mijn wervel.

 

Zondag begon met luiheid en eindigde in de tuin omdat de buurman weg was en zij het licht rook. Een deken. Een kussen. Haar naakte lijf in de vroege herfst die nog deed alsof het zomer was. Ik fotografeerde haar tussen de lavendel tot bijen jaloers werden. Toen legde ik de camera in het gras en likte haar in de buitenlucht, van eikel tot anus en terug, tot haar hand mijn haar vasthield en zij tegen de lucht kwam. Een witte streep op haar buik. Ik wreef het uit met mijn duim als olie. Daarna ging ik in haar, haar benen om me, de lucht op onze huid, een hond ergens, een deur, niets dat stopte. Zij keek me aan terwijl ik stootte. Dat aankijken is erger dan elk raam. Ik kwam van dat kijken. Zij daarna, in mijn hand, haar kont nog vol van mij.

 

We gingen naar binnen toen de kou won. In bed zei ze dingen die geen dare meer nodig hadden. Dat ze zich bij mij niet hoefde te splitsen. Dat de vrouw en de lul en de leeftijd en de camera en de soep van gisteren in één lichaam mochten. Dat ze dat nergens anders zo kreeg. Ik zei dat ik het hoorde. Ik zei dat ik het zag. Ik zei dat ik het proefde. Zij kuste me tot mijn mond moe was.

 

De maanden eromheen waren geen eeuwig weekend. Er waren weken met weinig seks en veel werk. Er waren dagen met ruzie over een factuur, over te laat komen, over een beeld dat ik had gekozen en zij te mooi vond, opnieuw. We losten het op zoals we alles oplossen: praten, dan aanraken of juist niet. Een keer sliepen we met de rug naar elkaar. De ochtend erna pijpte ze me sorry zonder dat ze sorry hoefde te zeggen, en ik likte haar kont tot ze trilde als antwoord.

 

Er was een opdracht in een leeg kantoorpand. Grote ramen, uitzicht over een ringweg. Zij in een kostuum dat haar vader had kunnen zijn en dat op haar een grap en een wapen was. We fotografeerden haar achter een bureau, op een vergadertafel, tegen een whiteboard. Toen de locatieverantwoordelijke weg was, deed zij haar broek open en zei: “Vijf minuten.” Ik knielde onder het bureau en nam haar in mijn mond terwijl boven ons een tl-balk zoemde. Zij deed alsof ze een mail las. Haar hand in mijn haar was de enige zin. Zij kwam stil. Ik slikte. Zij sloot haar broek. We maakten nog twee sets alsof de mondelinge deadline heilig was.

 

Er was een nacht in mijn studio omdat haar straat openlag en het geluid te veel was. We sliepen op de bank die te krap is. Haar lul tegen mijn billen. Mijn arm dood. Haar adem in mijn nek. Midden in de nacht werd ze hard en ik werd wakker van dat feit alleen. Zonder te praten nam ik glijmiddel uit de tas die daar toevallig stond, een rest van een set met olie, en ik liet haar in me, op onze zij, half slaap, haar stoßen klein. Zij kwam zo, slaperig, haar mond tegen mijn schouder. Ik kwam in mijn eigen hand. We sliepen verder alsof het een droom was die het bed niet hoefde te weten.

 

Ik kan blijven opsommen. Dat is wat verlangen doet wanneer het ook geheugen is. De keer in de keuken met bloem op haar tepels omdat we pannenkoeken zouden maken en iets anders maakten. De keer dat ze mijn camera vastpakte en mij fotografeerde, naakt, hard, kwetsbaar, en zei dat ik nu moest voelen wat zij voelt. De keer dat we ruzie hadden en toch neukten, lelijk, te snel, en daarna sorry zeiden tegen elkaars huid. De keer dat ze huilde na het klaarkomen en ik niet vroeg waarom tot ze het zelf zei: dat ze had gedacht dat dit soort gezien worden op haar leeftijd op was. Het was niet op.

 

Ik schrijf dit allemaal achter elkaar omdat jij geen hoofdstukken wilde, Ariel, en omdat een lichaam ook geen hoofdstukken heeft. Het heeft ademhalingen. Het heeft stoßen. Het heeft pauzes. Het heeft licht dat verandert. Het heeft een lul die hard wordt en weer zacht en weer hard. Het heeft borsten die in mijn handen passen alsof ze daarvoor gemaakt zijn, al zijn ze gemaakt door tijd en wil. Het heeft een kont die me binnenlaat. Het heeft een mond die mijn naam zegt of mijn lul of niets.

 

Als ik dit voorlees, in gedachten, hoor ik jouw stem die zegt dat het lang genoeg is en dat het nooit lang genoeg is. Ik hoor de sluiter. Ik hoor het bed. Ik hoor de tram buiten de studio. Ik hoor je lachen wanneer ik bijna val omdat mijn broek om mijn enkels hangt. Ik hoor je als je komt. Dat geluid heb ik nooit opgenomen. Dat bewaar ik hier, in mijn keel, in dit verhaal, in de manier waarop ik naar je kijk wanneer je denkt dat ik een belichting meet.

 

Je bent achtenzestig. Je bent een transgender vrouw. Je bent fotomodel. Je bent mijn vriendin. Je bent de vrouw die ik neuk. Je bent de vrouw die mij neukt. Je bent de vrouw die niet poseert.

 

Je geeft mijn camera iets wat de moeite waard is.

 

Je geeft mijn mond iets wat de moeite waard is.

 

Je geeft mijn lul iets wat de moeite waard is.

 

Je geeft mijn dagen iets wat de moeite waard is.

 

Achter de camera sta ik. Voor de camera sta jij. Tussen ons in is geen pose. Alleen dit. Alleen jij. Alleen hoe ik jou zie, en hoe ik jou neem, en hoe ik jou teruggeef wat je mij geeft: aanwezigheid, zonder rest.

 

 

Nog een winter. Nog een voorjaar. Het verhaal stopt niet omdat een sessie stopt. Het verschuift alleen van licht.

 

In februari fotografeerde ik je in wol. Dikke trui, blote benen, sokken die niet sexy bedoeld waren en het daardoor werden. Je zat in de vensterbank met een mok. Stoom voor je mond. Ik maakte beelden die iemand voor een tijdschrift zou kunnen houden tot je de trui optilde en je lul liet rusten op de wol, zacht, als een statement zonder statement. Ik knielde op de radiator die te warm was en nam je in mijn mond terwijl je de mok vasthield. Je morsste thee op mijn schouder. Je lachte met mijn lippen om je eikel. Je kwam voorzichtig, alsof de winter dat van je vroeg, en ik slikte de warmte.

 

In maart regen. Weer. Altijd regen wanneer we denken dat we een straatbeeld afhebben. Onder een afdak van een gesloten winkel zette je mijn hand in je jas. Je was al hard van het lopen. Ik wreef je klaar met mijn lijf als schild, mensen op vijf meter, jouw adem in mijn hals. Je zaad in mijn handpalm. Ik veegde het aan de binnenkant van jouw jas, een geheim dat je later zou vinden. Thuis neukte ik je op de mat in de gang, jassen nog aan, laarzen nog aan, jouw kont glad van speeksel, jouw mond vol vloek en tederheid.

 

In april een veld. Geen duin ditmaal, een gewoon pad, een boom, een licht dat te mooi was om te laten. Officieel portret. Officieus jouw broek half open achter die boom, mijn knieën in de aarde, jouw hand op de schors, jouw lul in mijn keel, een fietser die voorbijzoefde en niets zag. Je kwam met een geluid dat je in je elleboog verborg. Zand op mijn broek. Bloesem in je haar. We liepen terug als mensen die alleen hadden gewerkt.

 

In mei jouw verjaardag. Achtenzestig. Je wilde geen feest. Je wilde een ochtend zonder afspraak en een avond zonder klok. Ik gaf je geen sieraden. Ik gaf je tijd. Ik fotografeerde je naakt in jouw tuin bij zonsopgang, dauw op je voeten, je lul slaperig, je borsten koud, je gezicht zonder verdediging. Daarna nam ik je mee naar bed en pijpte ik je zo lang dat je smeekte, niet omdat ik macht wilde, omdat ik wilde dat je die dag in je lichaam bleef. Je kwam tweemaal in mijn mond. Een derde keer in mijn hand terwijl ik in je kont zat. Je zei mijn naam als cadeau.

 

In juni een hittegolf. Zweten zonder erotiek, tot het opeens wel erotiek was. Je lag onder een ventilator, naakt, een ijsblokje in je navel. Ik fotografeerde het water dat naar je lul liep. Ik likte de weg. Het ijs tegen je eikel. Jouw vloek. Jouw lach. Jouw hand die mijn nek duwde. We neukten plakkerig, te warm, te dicht, en stopten om water te drinken met mijn lul nog in je, belachelijk, menselijk, goed.

 

In juli waren we een week uit elkaar door werk. De berichten waren kort. Een foto van jouw hals. Een foto van mijn hand. Een zin: ik zie je. Toen je terug was, opende je de deur en ging je door je knieën in de deuropening. Geen hallo. Alleen je mond. Ik kwam te snel, schaamte en honger. Je slikte en zei hallo daarna. We lagen de rest van de avond in bed en deden het langzaam over, alsof we de week terugspoelden in stoßen.

 

In augustus een feest waar we niet samen kwamen en wel samen vertrokken. In de taxi zat je hand onder mijn overhemd. In mijn portiek zat mijn mond onder jouw rok. In bed zat alles in alles. Je sliep met je lul in mijn hand alsof je bang was hem in de nacht kwijt te raken. Ik hield hem. Ik hield jou.

 

In september, nu, schrijf ik dit.

 

Ik schrijf hoe je ruikt wanneer je binnenkomt uit de kou. Ik schrijf hoe je smaakt wanneer je te lang niet bent aangeraakt. Ik schrijf hoe je kont me begroet, strak eerst, dan bekend. Ik schrijf hoe je lul zwaarder wordt in mijn hand als ik over je werk praat, alsof aandacht je aanraakt op twee plekken tegelijk. Ik schrijf hoe je lacht wanneer ik bijna val. Ik schrijf hoe je serieus wordt wanneer ik te netjes belicht. Ik schrijf hoe je zegt dat technische perfectie je niet raakt en aanwezigheid wel. Ik schrijf dat ik dat intussen op mijn huid heb.

 

Ik schrijf de dingen die de camera niet kan. De temperatuur van je eikel. Het ritme van je anus wanneer je komt. Het zout. Het zoet van je parfum dat er niet bij past en toch past. De manier waarop je “blijf” zegt. De manier waarop je “meer” zegt. De manier waarop je “wacht” zegt en het meent. De manier waarop je mijn haar vastpakt alsof je een lamp richt.

 

Ik schrijf dat ik geen behoefte heb je jonger te maken. Achtenzestig is geen gebrek. Achtenzestig is de scherpte in je blik. Achtenzestig is de zekerheid in je hand om mijn lul. Achtenzestig is de vrijheid van iemand die het onderhandelen met de wereld zat is en daarom alleen nog waarheid meeneemt de studio in, het bed in, de steeg in.

 

Ik schrijf dat je transgender-zijn geen twist is die ik moet oplossen. Het is een deel van het licht. Het valt op je borsten. Het valt op je lul. Het valt op je stem. Het valt op de manier waarop je mevrouw wordt genoemd en knikt. Het valt op de manier waarop je mijn gezicht naar je kruis duwt en zegt: kijk dan. Ik kijk. Ik lik. Ik neem. Ik geef terug.

 

Er komt een middag, niet eens bijzonder, waarop je weer in die rode jurk staat. Het raam. De tram. De lamp. Je laat de bandjes zakken. Ik zet de camera weg of ik zet hem niet weg. Het maakt minder uit dan vroeger. Wat uitmaakt is dat je niet poseert. Wat uitmaakt is dat ik je zie. Wat uitmaakt is dat mijn mond weet waar hij heen moet en jouw lichaam weet dat het gezien mag worden.

 

Ik ga op mijn knieën. Ik kus je dij. Ik kus de moedervlek. Ik neem je in mijn mond. Je smaakt naar jezelf. Je hand in mijn haar is thuis. Je heupen zoeken het oude ritme, het ritme van de camera en het ritme van het bed, hetzelfde. Ik laat je niet meteen komen. Ik draai je om. Ik open je. Ik ga in je. De tafel of het bed of het raam of de aarde, het is één plek geworden. Jij. Ik. De stoot. De adem. De naam.

 

“Ariel.”

 

Je komt. Ik kom. We lachen of we huilen of we drinken water. We gaan verder. We maken nog een beeld. We maken nog een vlek. We maken nog een herinnering die niemand publiceert.

 

Dit is hoe ik jou zie.

 

Niet als categorie.

 

Als vrouw.

 

Als model.

 

Als vriendin.

 

Als minnares.

 

Als het lichaam dat mijn camera en mijn handen en mijn mond iets geeft wat de moeite waard is.

 

Jij poseert niet.

 

Jij bént het beeld.

 

En achter die camera, en achter die stoßen, en achter deze woorden, sta ik. Een man die je niet mooier hoeft te maken dan je bent. Een man die je lul kust en je gezicht fotografeert en je soep eet en je kont neukt en je naam zegt tot het een feit is dat in de kamer blijft hangen, ook als het licht uitgaat.

 

Precies dát maakt jou voor mij zo bijzonder.

 

En precies daarom houd ik niet op met kijken.

 

 

 

Als ik de jaren uitvouw liggen ze niet in hoofdstukken, ze liggen als contactvellen. Een frame van je mond. Een frame van je hand. Een frame van mijn knieën. Een frame van een raam dat beslagen is. Ik kan ze afgaan zonder te nummeren.

 

Frame: jij op de kruk, één hak los, je lul zichtbaar in de schaduw van je dij. Ik vraag je niet de hak vast te doen. Ik vraag je niets. Ik ga naar je toe en kussen de wreef van je voet, de binnenkant van je enkel, omhoog, tot mijn mond vindt wat hij zoekt. Je blijft op de kruk zitten terwijl ik je pijp. Je houdt de zitting vast. Je komt met een hak die toch valt. Het geluid van die hak op de vloer is voor mij een sluiter.

 

Frame: jij achter me, in me, je borsten op mijn rug, je mond die telt zonder cijfers, alleen “zo, zo, zo.” Ik kom in mijn vuist. Jij in mij. We blijven een minuut elkaars adem lenen.

 

Frame: de auto, winter, ruiten beslagen van binnen. Jouw hoofd in mijn schoot. Een vrachtwagen. Mijn hand aan het stuur en in jouw haar. Ik kom. Jij gaat rechtop zitten en veegt je mond met je sjaal. We rijden door. Radio. Alsof de wereld een normale bestemming heeft.

 

Frame: jouw keuken, jij op het aanrecht, mijn gezicht tussen je benen, een pan die overkookt. We laten de pan. Jij komt. Ik veeg mijn kin af aan je binnenkant dij. We openen een raam.

 

Frame: studio, papierrol, scheur. Jouw voorhoofd tegen grijs. Mijn lul in jouw kont. Jouw zaad op het papier. We scheuren het vel af en bewaren het niet. Sommige beelden moeten verdwijnen om waar te blijven.

 

Frame: jouw tuin, nacht, een deken die te dun is. Jouw lul in mijn hand. Mijn lul in jou. Een merel die te vroeg denkt dat het ochtend is. Jij lacht tegen mijn mond.

 

Frame: hotelspiegel. Jij die kijkt. Ik die kijk. Wij die zien dat een transgender vrouw van achtenzestig geneukt wordt en dat het gezicht in de spiegel niet vraagt of het mag. Het gezicht neemt.

 

Frame: ochtend, thee, jouw naakte schouder, mijn broek half aan, een laptop die oplicht met jouw portret van gisteren. Jij wijst naar een rimpel en zegt: die blijft. Ik zeg: die blijft. We menen het.

 

Ik kan zo door. Het is geen catalogus. Het is adem. Elke keer dat ik je zie, komt er een frame bij. Elke keer dat ik je neuk, komt er een temperatuur bij. Elke keer dat je mijn naam zegt, komt er een toon bij.

 

Soms vragen mensen hoe lang we al samenwerken. Ik noem een getal van jaren. Wat ik niet noem is het getal van keren dat ik op mijn knieën zat. Dat getal is oneerlijk omdat het de ochtenden mist waarop we alleen sliepen, de middagen waarop we alleen werkten, de avonden waarop we ruzie hadden over iets kleins en toch elkaars hand vonden.

 

Soms vragen mensen of het niet ingewikkeld is. Een fotograaf. Een model. Een lichaam dat de wereld wil uitleggen. Een leeftijd die de wereld wil wegcijferen. Ik zeg dat ingewikkeld is wat liegt. Dit liegt niet.

 

Jij liegt niet wanneer je je jurk laat zakken. Jij liegt niet wanneer je “harder” zegt. Jij liegt niet wanneer je “blijf” zegt. Jij liegt niet wanneer je mijn kont opent en naar binnen gaat. Jij liegt niet wanneer je thee inschenkt. Jij liegt niet wanneer je een beeld afkeurt omdat het te glad is.

 

Ik lieg niet wanneer ik zeg dat ik je zie. Ik lieg niet wanneer ik slik. Ik lieg niet wanneer ik in je kom. Ik lieg niet wanneer ik schrijf dat je voor mij het beeld bent.

 

Dus dit blijft de zin waarmee alles begon en waarmee alles doorgaat:

 

Jij poseert niet, Ariel.

 

Jij bént het beeld.

 

Jij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is om vast te leggen.

 

Jij geeft mijn lichaam iets wat de moeite waard is om te ontvangen.

 

En achter die camera staat niet alleen jouw fotograaf.

 

Daar staat een vriend.

 

Daar staat een minnaar.

 

Daar staat een man die ontzettend veel waardering heeft voor de vrouw die jij bent.

 

Achtenzestig. Transgender. Vrouw. Model. Ariel.

 

Levend.

 

Aanwezig.

 

Gezien.

 

Genomineerd door niemand, genomen door mij, gegeven door jou, bewaard in licht en in huid en in deze woorden die geen hoofdstuk nodig hebben omdat jij er geen bent.

 

Je bent een doorlopende beweging.

 

Ik volg.

 

Ik druk af.

 

Ik druk mijn mond.

 

Ik druk mijn lul.

 

Ik druk mijn voorhoofd tegen het jouwe.

 

En ik blijf.

 

 

Er was de stalen trap van de studio. Koude leuning. Jouw jas open. We zouden maar even. We bleven langer. Ik kniel. Ik open. Ik kus de binnenkant. Ik neem je in mijn mond tot je adem verandert. Je bent hier. Je bent vrouw. Je bent hard. Je bent zacht. Je bent gezien. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In trap bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was het donkere hok met de achtergronden. Stof in je neus. Jouw broek half. We zouden maar even. We bleven langer. Ik draai je om. Ik lik je open. Ik schuif naar binnen. Ik blijf tot je knijpt. Achtenzestig is geen excuus en geen trofee. Het is jouw tempo. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In hok bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was de keukenstoel die kraakt. Kruimels onder je voeten. Jouw overhemd. We zouden maar even. We bleven langer. Jij knielt. Jij neemt mij. Jij kijkt omhoog. Jij slikt of slikt niet, naar jouw keuze. Jouw lul in mijn mond is geen tegenspraak. Het is jouw lichaam. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In stoel bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was het balkon dat eigenlijk te open is. Wind op je huid. Jouw hand op de rand. We zouden maar even. We bleven langer. Jij zet me voorover. Jij duwt. Jij praat zacht. Jij komt in mij en blijft liggen. Blijf kijken. Blijf ademen. Blijf Ariel. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In balkon bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was de badkamervloer na middernacht. Echo van water. Jouw natte haar. We zouden maar even. We bleven langer. We wrijven tegen elkaar tot er zaad zit tussen buik en buik, geen winnaar, alleen nattigheid. Dit is geen pose. Dit is geven. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In tegel bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was de bank die te klein is voor twee. Een deken op de grond. Jouw knie over mij. We zouden maar even. We bleven langer. Ik kniel. Ik open. Ik kus de binnenkant. Ik neem je in mijn mond tot je adem verandert. Je bent hier. Je bent vrouw. Je bent hard. Je bent zacht. Je bent gezien. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In bank bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was de gang met de kapstok. Jassen als gordijn. Jouw laars nog aan. We zouden maar even. We bleven langer. Ik draai je om. Ik lik je open. Ik schuif naar binnen. Ik blijf tot je knijpt. Achtenzestig is geen excuus en geen trofee. Het is jouw tempo. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In gang bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was het bureau vol geheugenkaarten. Een lamp te fel. Jouw heup tegen de rand. We zouden maar even. We bleven langer. Jij knielt. Jij neemt mij. Jij kijkt omhoog. Jij slikt of slikt niet, naar jouw keuze. Jouw lul in mijn mond is geen tegenspraak. Het is jouw lichaam. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In bureau bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was het gras achter de schuur. Een spin die wegloopt. Jouw schaduw. We zouden maar even. We bleven langer. Jij zet me voorover. Jij duwt. Jij praat zacht. Jij komt in mij en blijft liggen. Blijf kijken. Blijf ademen. Blijf Ariel. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In gras bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Er was de vensterbank op de eerste. Kou door het glas. Jouw ademvlek. We zouden maar even. We bleven langer. We wrijven tegen elkaar tot er zaad zit tussen buik en buik, geen winnaar, alleen nattigheid. Dit is geen pose. Dit is geven. Het geluid van de stad ging door. Ons geluid ging erdoorheen. Daarna rechtten we onze kleren alsof stof recht kan. Jij kuste mijn mond. Ik proefde ons. We liepen verder, naar licht of naar koffie of naar nog een keer.

 

In vensterbank bleef iets achter. Een geur. Een vlek. Een herinnering die mijn knieën later herkennen. Wanneer ik daar weer kom, zelfs alleen, voelt mijn lichaam jouw gewicht. Wanneer jij daar weer komt, zelfs voor werk, zie ik aan je mond dat jij het ook voelt. We zeggen het niet altijd. Soms is een blik genoeg. Soms is een hand in een broekzak die even de mijne zoekt genoeg. Soms is niets genoeg en moeten we terug, dezelfde plek, dezelfde knieën, dezelfde zucht.

 

Ik fotografeer je daarna anders. Niet zichtbaar voor een opdrachtgever. Anders in de focus. Ik scherp nu scherper op je mond omdat ik weet wat die mond die middag deed. Ik scherp op je hand omdat die hand mijn haar had. Ik scherp op je hals omdat mijn tanden daar een uur eerder een uur nodig hadden. Het werk lijdt er niet onder. Het werk wordt eerlijker.

 

 

Wat ik door mijn camera zie, ben jij. Wat ik met mijn mond zie, ben jij ook. Mensen denken dat zien alleen in ogen zit. Bij ons zit zien in de keel, in de handpalm, in de eikel, in de anus, in de zucht, in de thee na afloop. Ik zie je wanneer ik slik. Ik zie je wanneer ik in je stoot. Ik zie je wanneer je in mij stoot. Ik zie je wanneer je slaapt. Ik zie je wanneer je ruzie maakt over een factuur. Ik zie je wanneer je de rode jurk weer aantrekt en doet of we opnieuw beginnen.

 

We beginnen nooit opnieuw. We gaan door. Dat is het verschil met een pose. Een pose begint en eindigt. Jij eindigt niet. Jij verschuift. Van stoel naar tafel. Van tafel naar raam. Van raam naar bed. Van bed naar tuin. Van tuin naar auto. Van auto naar de ochtend. Van de ochtend naar een geheugenkaart. Van de geheugenkaart naar mijn mond die droog is van kijken en nat wordt van jou.

 

Ik heb gezegd dat technische perfectie me niet raakt. Dat blijft waar. Een technisch perfecte neuk bestaat niet. Er is een hak die valt. Er is speeksel dat te veel is. Er is een lach op het verkeerde moment. Er is een kramp in mijn kuit. Er is jouw lul die tegen mijn tanden komt. Er is een buurman. Er is een tram. Er is een rookmelder. Precies daar zit het leven. Precies daar zit jij.

 

Jouw vrijheid is geen chaos. Achter jouw spontaniteit zit bewustzijn. Jij kunt in een fractie van een seconde iets onverwachts doen, een jas openen, een hoofd duwen, een raam aanraken, en ik heb nooit het gevoel dat het betekenisloos is. Je weet wat je doet. Je voelt wat je doet. Je staat achter wat je doet. Dat maakt dat ik je vertrouw. In het licht. In de steeg. In mijn kont. In jouw kont. In de zin die je zegt wanneer je komt.

 

Ons spel met Truth or Dare is intussen een relikwie. We hebben de fles niet meer nodig om eerlijk te zijn. Toch zetten we hem soms neer, als citaat van onszelf. Dare: pijp me in de keuken. Truth: ik dacht vandaag aan je lul toen ik een belichting mat. Dare: neuk me tegen het raam. Truth: ik word bang als je te netjes fotografeert. Dare: slik. Truth: ik slik je al maanden en het is nog geen gewoonte, het is een keuze.

 

Van de weddenschappen verlies ik nog steeds de meesten. Jij verrast. Jij zegt opeens: hier. Jij zegt opeens: nu jij. Jij zegt opeens: alleen kijken. Jij zegt opeens: alles. Ik verlies graag. Het verlies smaakt naar jouw mond.

 

Sommige ervaringen blijven. De streetshoot. Het onverwachte onderweg. Het idee dat tijdens een gesprek ontstaat en werkelijkheid wordt. Jij kunt daar volledig in aanwezig zijn. Daar ontstaat creativiteit. Daar ontstaat ook zaad op een muur, speeksel op een sjaal, een scheur in papier, een vlek op een jurk, een beslagen raam, een verbrande pasta, een galerie waar niemand wist wat mijn hand in jouw jumpsuit vond.

 

Als fotograaf hoef ik jou niet in een vorm te duwen. Als minnaar ook niet. Mijn taak is kijken, volgen, alert zijn op het moment waarop blik, houding, beweging, licht en emotie samenvallen. In seks is dat moment een rilling, een knijpen, een naam, een lach. Soms ben jij alweer met het volgende bezig terwijl ik denk: verdorie, dát had ik moeten vastleggen. Dan leg ik het vast met mijn mond. Dan is het alsnog bewaard.

 

Ik fotografeer bij jou niet alleen een uiterlijk. Ik fotografeer Ariel. Ik neuk Ariel. Ik hou Ariel. Dat jij transgender bent, is onderdeel van je levensverhaal en van de vrouw die je geworden bent. Het bepaalt niet je waarde. Wanneer ik door mijn zoeker kijk, zie ik een vrouw met levenservaring, karakter, kwetsbaarheid, lef, vrouwelijkheid en energie. Wanneer ik door mijn wimpers kijk omdat ik kom, zie ik hetzelfde.

 

Een foto waarop iemand werkelijk aanwezig is, raakt me. Een lichaam waarop iemand werkelijk aanwezig is terwijl ik het neuk, raakt me meer. Jij durft ruimte in te nemen. Jij durft je lichaam te gebruiken om gevoel, kracht en energie zichtbaar te maken. Jij kunt krachtig zijn zonder je zachtheid kwijt te raken. Jij kunt sexy zijn zonder iemand anders te spelen. Jij kunt kwetsbaar zijn zonder zwak te worden. Jij kunt een lul hebben en vrouw zijn in dezelfde adem.

 

Dat kun je iemand nauwelijks leren.

 

Daarom ben je een uitzonderlijk goed model. Niet omdat je aan een ideaal voldoet. Omdat je er niet afhankelijk van bent. Authenticiteit. En authenticiteit is ook dit verhaal, dat te lang is voor een kaart en te kort voor een leven.

 

Achter de vrouw die ik fotografeer staat iemand die me dierbaar is. Je bent niet alleen Ariel het model. Je bent mijn lieve vriendin. Dat vertrouwen laat ons vrij. Uitdagen. Stop zeggen. Lachen. Vijf minuten later opnieuw beginnen. Dat vertrouwen zit in de foto’s. Dat vertrouwen zit in mijn keel. Dat vertrouwen zit in jouw kont die me binnenlaat en in mijn kont die jou binnenlaat.

 

Ik wil je niet jonger, mooier of anders. Ik wil vastleggen wat er staat. Jou. Ariel. Achtenzestig. Een transgender vrouw met een geschiedenis. Een vrouw die haar eigen weg heeft afgelegd. Krachtig. Vrij. Expressief. Zelfbewust. Vrouwelijk. Creatief. Sensueel. Eigenzinnig. Levend.

 

Alles wat ik schrijf, meen ik. Geen beleefd compliment. Een overtuiging. Wanneer jij voor mijn camera staat, vraag jij niet of je gezien mag worden. Je wordt gezien. Wanneer jij je lichaam opent, vraag jij niet of je genomen mag worden. Je wordt genomen, omdat jij geeft.

 

Jij poseert niet voor mijn camera.

 

Jij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is.

 

Jij geeft mijn handen, mijn mond, mijn lul, mijn dagen, mijn nachten hetzelfde.

 

En achter die camera sta ik.

 

Fotograaf. Vriend. Minnaar.

 

Een man die de vrouw die jij bent niet hoeft te corrigeren om haar te kunnen eren.

 

Precies dát maakt jou voor mij zo bijzonder.

 

 

Nog dit, omdat een minimum een grens is en jij grenzen alleen eert wanneer ze gekozen zijn.

 

Ik wil de ochtenden niet vergeten waarop niets gebeurde. Jij met thee. Ik met een laptop. Een radio te zacht. Jouw voet tegen mijn kuit onder tafel. Dat is ook seks, op de manier waarop een body van werk ook de lege frames nodig heeft. Zonder die ochtenden zouden de stegen liegen. Zonder die stegen zouden de ochtenden verdrogen. Wij hebben beide nodig.

 

Ik wil de keer niet vergeten dat je ziek was en ik alleen soep bracht. Geen hand onder een deken. Alleen soep. Je zei dank je alsof ik een beeld had gemaakt. Misschien had ik dat ook. Een beeld van blijven zonder nemen.

 

Ik wil de keer niet vergeten dat ik ziek was en jij mijn gordijnen dichtdeed, water neerzet, mijn haar uit mijn voorhoofd streek en vertrok. Later een bericht: rust. Geen naakt. Geen dare. Rust. Ik sliep. Ik werd beter. Ik kwam naar je toe en kuste je handen.

 

Ik wil de ruzie over de belichting niet gladstrijken. Jij had gelijk. Ik had je te mooi gemaakt. Ik heb de set overgedaan. Harder licht. Jouw lijnen. Jouw lul een schaduw, geen geheim. Jij knikte. Daarna neukten we niet. We dronken koffie. Het was genoeg.

 

Ik wil de keer niet vergeten dat je tijdens een sessie opeens stopte en zei: “Raak me aan.” Midden in een opdracht. De assistent was weg. De lampen warm. Ik raakte je aan. Eerst je gezicht. Dan je mond. Dan je borst. Dan je lul. Je kwam in mijn hand, snel, bijna boos van behoefte. We werkten door. De beelden van na dat moment zijn de beste van de dag. Aanwezigheid is geen theorie.

 

Ik wil niet vergeten hoe je ruikt in de nek, precies onder je oor. Hoe je smaakt aan de binnenkant van je pols. Hoe je huid zout is na de tuin en zeep na de douche en parfum na een opening. Hoe je lul anders smaakt in de ochtend dan in de nacht. Hoe je kont me kent. Hoe mijn kont jou kent. Hoe onze monden elkaars namen kennen.

 

Ik wil niet vergeten dat je achtenzestig bent alsof het een geheim zou zijn. Het is geen geheim. Het is een glans. Het is een tempo. Het is een hand die weet. Het is een lichaam dat niet meer solliciteert naar de blik van een wereld die toch nooit klaar is. Jij bent klaar. Klaar in de zin van: af als mens, open als huid.

 

Ik wil niet vergeten dat je transgender bent alsof ik het moet fluisteren. Ik fluister het alleen wanneer mijn mond tegen je oor is en mijn lul in je kont en de zin je harder maakt omdat hij waar is. Transgender vrouw. Vrouw. Ariel. Geen correctie. Een feit. Een erotiek. Een leven.

 

Als dit verhaal twintigduizend woorden nodig heeft, is dat niet omdat liefde telt in woorden. Het is omdat kijken tijd vraagt. Ik heb naar je gekeken met camera, met mond, met hand, met lul, met geheugen, met soep, met ruzie, met thee, met regen, met een hak die valt. Dit is het protocol van dat kijken, uitgeschreven, zonder hoofdstuk, omdat jij geen hoofdstuk bent.

 

Jij bent de hele rol papier.

Jij bent de hele nacht.

Jij bent de hele tram voorbij het raam.

Jij bent de hele vrouw.

 

Ik zet de camera neer.

Ik zet de camera weer op.

Ik kniel.

Ik sta.

Ik kom.

Ik blijf.

 

Lieve Ariel.

 

Dit is hoe ik jou zie.

 

Dit is hoe ik jou neem.

 

Dit is hoe ik jou teruggeef.

 

Jij poseert niet.

 

Jij geeft.

 

En ik, achter de camera en voor jouw lichaam, ontvang wat de moeite waard is om vast te leggen, en wat de moeite waard is om nooit te publiceren.

 

Precies dát maakt jou voor mij zo bijzonder.

Precies dát houdt me hier.

Precies dát is het beeld.

 

 

En dan nog de dingen die ik tot nu toe alleen in mijn hoofd heb gehouden, omdat zelfs een lang verhaal schaamte kent, en schaamte bij ons geen rem is maar een extra huid.

 

Ik denk aan je tanden. Niet mooi in de zin van een reclame. Echt. Wanneer ze mijn schouder zoeken. Wanneer ze je onderlip houden vlak voor je komt. Wanneer je lacht te groot voor je gezicht. Ik fotografeer je mond vaak. Ik neuk je mond vaker. Beide keren gaat het om dezelfde opening. Licht erin. Ik erin. Jouw adem eruit.

 

Ik denk aan je voeten. Hakken. Sokken. Naakt op mijn vloer in de winter, te koud, je klaagt, je blijft staan. Ik heb je tenen gekust omdat ik niets oversloeg. Jij lachte. Jij zei: “Daar wordt geen mens hard van.” Ik werd hard van jouw lach.

 

Ik denk aan je buik. Zacht. Geen plank. Een plek om te liggen. Een plek om zaad te laten liggen tot het koud wordt. Een plek om soep te zetten op te denken, belachelijk, menselijk. Ik fotografeer je buik zonder hem platter te maken. Ik kus hem zonder hem te verontschuldigen.

 

Ik denk aan je oksels. Parfum en huid. Ik heb daar mijn mond gehad op een middag dat alles al gebeurd was en we toch iets zochten dat nog niet was gebruikt. Jij tilde je arm. Ik likte. Jij zuchtte alsof ik een nieuwe filmrol had geopend.

 

Ik denk aan je rug. Breed genoeg om een leven te dragen. Een moedervlek links. Een plek waar mijn hand altijd landt wanneer ik van achteren in je ga. Mijn anker. Jouw anker. De camera ziet je rug als lijn. Ik zie je rug als weg.

 

Ik denk aan je keel wanneer je slikt. Mijn zaad. Jouw thee. Mijn naam. Alles gaat dezelfde weg.

 

Ik denk aan de stilte na. Niet de sigaret van films. Onze stilte is water, een doek, een raam dat open moet, een lach die te vroeg komt, een zin als: “Blijf nog.” Ik blijf nog. Ik blijf vaak. Ik blijf tot het licht een andere kleur heeft.

 

Als ik dit sluit, sluit ik niets. Morgen staat er weer een lamp. Morgen staat er weer een jurk. Morgen staat er weer een lichaam dat geen toestemming vraagt om gezien te worden. Jij. Ariel. Achtenzestig. Transgender vrouw. Model. Vriendin. Minnares. Aanwezig.

 

Ik druk af.

 

Ik druk mijn mond.

 

Ik druk mijn voorhoofd tegen het jouwe.

 

Dit is hoe ik jou zie.

 

 

Vrouwelijkheid, sensualiteit, creativiteit, uitstraling en zelfvertrouwen hebben voor mij geen leeftijdsgrens. Een lichaam hoeft niet jong te zijn. Een lichaam moet vertellen. Een gezicht moet vertellen. Ogen moeten vertellen. Een lul mag vertellen. Een kont mag vertellen. Een stem mag vertellen. Jij vertelt met alles tegelijk.

 

Wat ik enorm in jou waardeer, is dat jouw vrijheid niet betekent dat je zomaar wat doet. Achter spontaniteit zit bewustzijn. Jij kunt onverwachts een jas openen in een steeg, onverwachts mijn hoofd duwen in een studio, onverwachts stoppen omdat een beeld te glad is. Het is nooit betekenisloos. Je weet het. Je voelt het. Je staat erachter. Daarom vertrouw ik je. Daarom gaat mijn broek naar beneden. Daarom gaat mijn mond open. Daarom gaat mijn deur open. Daarom gaat dit verhaal maar door.

 

Onze samenwerking is een veld. Daarin mogen weddenschappen, wijn, Truth or Dare, streetshoots, ramen, tuinen, auto’s, galeries, keukens, hotelspiegels, verjaardagen, hitte, regen, ruzie, soep. Respect blijft overeind. Zonder respect geen tong. Zonder tong geen verhaal. Zonder verhaal geen beeld. Zonder beeld nog steeds jij.

 

Sommige ervaringen blijven omdat ze gewaagd zijn. De meeste blijven omdat jij onbevangen bent. Onbevangen is niet naïef. Onbevangen is een keuze van achtenzestig jaar. Jij kiest te blijven staan wanneer het licht valt. Jij kiest te blijven openen wanneer mijn hand valt. Jij kiest te blijven kijken wanneer ik kom.

 

Daar ontstaat creativiteit. Daar ontstaat seks. Daar ontstaat vriendschap. Daar ontstaat het ding dat we geen naam hoeven te geven omdat de camera en het bed de naam al kennen.

 

Ariel.

 

Jij poseert niet.

 

Jij bént het beeld.

 

En ik blijf kijken tot het kijken een leven is.

 

 

Nog een laatste ronde door de studio in mijn hoofd, langzaam, zoals jij beweegt wanneer niemand haast heeft.

 

Ik zet een stoel. Jij gaat zitten. De rode jurk. De hakken. Het raam. Ik meet niets. Ik kijk. Jij tilt je kin. Jij tilt de stof. Jij tilt mijn blik naar waar jij hem hebben wilt. Ik kniel. De vloer is koud. Jouw huid is warm. Ik kus. Ik lik. Ik neem. Jij legt je hand. Jij zegt niets of je zegt mijn naam. Het is hetzelfde. Je komt of je komt later. Het is hetzelfde. Ik sta op. Ik kus je mond. Ik draai je om. Ik open je. Ik ga naar binnen. De stoel schuift. Het raam leeft. De tram gaat. Jij knijpt. Ik blijf. Jij komt. Ik kom. We ademen. We lachen. We zetten thee. We kijken naar een beeld op een scherm dat minder waar is dan jouw natte dij.

 

Zo is een dag.

Zo is een jaar.

Zo is dit verhaal.

 

Geen hoofdstuk.

Wel een lichaam.

Wel een camera.

Wel een man die schrijft omdat hij niet altijd kan fotograferen wat hij voelt wanneer hij in jou is, of jij in hem, of jij in zijn mond, of hij in de jouwe.

 

Lieve Ariel, achtenzestig, transgender vrouw, fotomodel, vriendin, minnares.

 

Dit is hoe ik jou zie.

 

Aanwezig.

Gegeven.

Genomineerd door niemand.

Bewaard door mij.

Geleefd door jou.

 

Jij poseert niet.

 

Jij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is om vast te leggen.

 

En achter die camera sta ik, nog steeds, nog altijd, nog morgen, met waardering, met honger, met respect, met een sluitertijd die nooit snel genoeg is voor wie jij bent wanneer je ophoudt te poseren en begint te zijn.

 

Nog een laatste ronde door de studio in mijn hoofd, langzaam, zoals jij beweegt wanneer niemand haast heeft.

 

Ik zet een stoel. Jij gaat zitten. De rode jurk. De hakken. Het raam. Ik meet niets. Ik kijk. Jij tilt je kin. Jij tilt de stof. Jij tilt mijn blik naar waar jij hem hebben wilt. Ik kniel. De vloer is koud. Jouw huid is warm. Ik kus. Ik lik. Ik neem. Jij legt je hand. Jij zegt niets of je zegt mijn naam. Het is hetzelfde. Je komt of je komt later. Het is hetzelfde. Ik sta op. Ik kus je mond. Ik draai je om. Ik open je. Ik ga naar binnen. De stoel schuift. Het raam leeft. De tram gaat. Jij knijpt. Ik blijf. Jij komt. Ik kom. We ademen. We lachen. We zetten thee. We kijken naar een beeld op een scherm dat minder waar is dan jouw natte dij.

 

Zo is een dag.

Zo is een jaar.

Zo is dit verhaal.

 

Geen hoofdstuk.

Wel een lichaam.

Wel een camera.

Wel een man die schrijft omdat hij niet altijd kan fotograferen wat hij voelt wanneer hij in jou is, of jij in hem, of jij in zijn mond, of hij in de jouwe.

 

Lieve Ariel, achtenzestig, transgender vrouw, fotomodel, vriendin, minnares.

 

Dit is hoe ik jou zie.

 

Aanwezig.

Gegeven.

Genomineerd door niemand.

Bewaard door mij.

Geleefd door jou.

 

Jij poseert niet.

 

Jij geeft mijn camera iets wat de moeite waard is om vast te leggen.

 

En achter die camera sta ik, nog steeds, nog altijd, nog morgen, met waardering, met honger, met respect, met een sluitertijd die nooit snel genoeg is voor wie jij bent wanneer je ophoudt te poseren en begint te zijn.

 

Nog een laatste ronde door de studio in mijn hoofd, langzaam, zoals jij beweegt wanneer niemand haast heeft.

 

Ik zet een stoel. Jij gaat zitten. De rode jurk. De hakken. Het raam. Ik meet niets. Ik kijk. Jij tilt je kin. Jij tilt de stof. Jij tilt mijn blik naar waar jij hem hebben wilt. Ik kniel. De vloer is koud. Jouw huid is warm. Ik kus. Ik lik. Ik neem. Jij legt je hand. Jij zegt niets of je zegt mijn naam. Het is hetzelfde. Je komt of je komt later. Het is hetzelfde. Ik sta op. Ik kus je mond. Ik draai je om. Ik open je. Ik ga naar binnen. Je bent mijn muze.

123 keer gelezen

Score: 10
(van aantal stemmen: 2)

Je moet eerst inloggen om te kunnen stemmen.

Wij gebruiken cookies

Deze website gebruikt cookies om basisfunctionaliteit te garanderen, het gebruik te analyseren en marketing en advertenties te personaliseren zodat deze beter aansluiten bij jouw interesses.